Een Open Woord

1941

Letter

 

Te uwer kennisneming

 

Aan de Studenten die dit jaar hun eindexamen doen

 

Een Open Woord

[1]

Dit jaar zet een mijlpaal op Uw levensweg.

Vele wegen liggen voor U open, nadat Gij dien paal hebt bereikt. Gij volgdet Voorbereidend Hooger Onderwijs. De meesten Uwer zoeken nu het Hooger.

De Universiteit, de Hoogeschool lokt U. Gij ziet de deuren open. Maar veelzijdig is dat onderwijs en het gaat in zeer verschillende richting.

Ik weet niet, welke richting Gij kiest, welk vak van wetenschap Uw voorkeur heeft, waarvoor U door God gegeven en door Uw studie ontwikkelde talenten U het meest geschikt maken of waarheen de omstandigheden van Uw leven U dringen.

Ik kom niet pleiten voor deze of die wetenschap, alle wetenschap is mij lief en op alle gebied van wetenschap kunt Gij bevrediging vinden van Uw drang naar weten en kunt Gij nuttig zijn voor de maatschappij, kunt Gij God, Uzelven en de Gemeenschap dienen.

Praat met Uw Ouders, met Uw Rector of Directeur, Rectrix of Directrice, met anderen, die belang in Uw toekomst stellen en bevoegd zijn, U goeden raad te geven, van zoo groot belang voor wie nog zoo onbekend met het leven een keuze voor het leven moeten doen.

Velen Uwer zullen tot de Letteren en Wijsbegeerte, tot de Rechten, tot den Handel worden getrokken.

Vooral tot dezen richt ik dit open woord.

Gij zijt Katholiek. Gij kent en beseft het heerlijke voorrecht, dat daarin ligt opgesloten. Gij weet, dat Gij boven velen door God zijt uitverkoren om in innige gemeenschap met Hem door het leven te gaan, U door de H.H. Sacramenten steeds inniger met Hem te vereenigen, in hetgeen het Geloof ons leert, een licht te hebben op den levensweg, die anders zoo donker wezen kan, een verlichting van het verstand, dat op zichzelf aangewezen, zooveel raadselen ziet.

Gij kent het leven nog niet met al zijn verleiding, Gij hebt nog niet de stormen doorleefd, die sterke boomen hebben ontworteld en ook den mooien opbloei van Uw jonge leven bedreigen, maar Gij hebt toch wel reeds iets daarvan gemerkt en U nu reeds verplicht gevoeld, gevaren te vermijden en in moeilijke oogenblikken Uw toevlucht tot God te nemen en tot hen, die U met God vereenigd houden. Gij weet, dat Gij Uw geluk verzekert door voorzichtig te zijn in het kiezen van personen, met wie Gij omgaat, en de besten tot Uw vrienden te maken. Echte vriendschap, die waarde voor het leven heeft, moet gegrond zijn in een eensgezind willen, van hetgeen beiden gelijkelijk als goed, niet willen, wat beiden gelijkelijk als niet goed beschouwen. [2]

Gij staat voor een wereld, waarin verschil van levensopvatting, van wereldbeschouwing bestaat. Het is een feit, dat Gij niet voorbij kunt zien. Ik spoor U niet aan, anderen te veroordeelen. Ik zou zelfs willen vragen, steeds grooten eerbied aan den dag te leggen voor elke eerlijke overtuiging en gezindte. Maar heb bovenal lief de heerlijke gave, die God U in Uw Geloof geschonken heeft en verduister niet het licht, dat Hij U door zijn Openbaring ontstak. Vermeerder niet noodeloos en roekeloos gevaren, die den schat van Uw leven U zouden kunnen ontrooven. Men kan niet alle gevaren ontgaan, God geeft ook kracht om aan de verleiding te weerstaan, de bekoring te overwinnen. Hij heeft aan zeer velen den moed en de kracht gegeven, martelaar te zijn en het Geloof te belijden ondanks alles, anderen heeft Hij gevormd tot onverwinbare strijders voor de eer van God. Wij kennen uit de geschiedenis van ons Vaderland, ook uit die van den allerlaatsten tijd, velen, die aan veel verleiding zijn bloot gesteld, gevormd in scholen, waar men God niet erkende, Zijn Kerk verguisde, toch standvastig en onverschrokken hun Geloof beleden en de plichten, welke dit oplegt manmoedig vervulden. Hulde aan deze karaktervolle vrouwen en mannen, die ons ten voorbeeld zijn. Maar zijt ook Gij zoo sterk? Roept vooral God U tot eenzelfden strijd, waar Hij alles zoo leidde, dat Gij nu de scholen vindt, die U niet in gevaren plaatsen, welke zij trotseerden?

Met groote offers hebben de Katholieken van Nederland hun eigen Katholieke Universiteit, hun eigen Katholieke Economische Hoogeschool gesticht.

Dat was om U. Om U in staat te stellen, U omgeven van veel minder gevaren, te ontwikkelen tot vrouwen en mannen met de hoogste academische graden, die in wetenschap voor niemand van andere scholen behoeven onder te doen.

Gelukkig, Nijmegen en Tilburg hebben in de wetenschappelijke wereld een goeden naam. De Katholieken hebben hun pogen beloond gezien en zijn er in geslaagd, in deze beide scholen inrichtingen van Hooger Onderwijs tot bloei te brengen, welke met de andere Universiteiten en Hoogescholen op één lijn worden gesteld, in wetenschappelijke kringen ten volle worden gewaardeerd.

Deze scholen stellen U in staat, Uw studiën te vervolgen en te bekronen door een onderwijs, dat God erkent en eert en ook in de wetenschap alles tot Hem herleidt, in de Openbaring een wegwijzer ziet, die voor afdwaling behoedt, terwijl de Studenten ook den Godsdienst zien als het eerste en het hoogste in het leven en allen in leven en leer harmonie willen met hetgeen God leert en gebiedt.

Dit is niet slechts een hechte grondslag voor Uw verdere studie, maar ook een onderpand van ware en oprechte vriendschap, die vruchtbaar is voor het leven. Het schept een sfeer, die voor Uw ontwikkeling niet anders dan gunstig kan zijn en U voor veel bewaart, dat anders zoo gemakkelijk een nadeeligen invloed op de verdere ontwikkeling van Uw leven uitoefent.

Dit beteekent geen ongunstig oordeel over onze andere Universiteiten en Hoogeschoolen, integendeel. Ik erken gaarne, dat er niet slechts de wetenschap met ernst en vrucht wordt gezocht, maar ook krachtig wordt gewerkt om de Studenten voor de gevaren, welke hen omringen te bewaren en hun de noodige leiding te geven, maar het karakter dezer scholen, die op [3] een anderen grondslag van wereldbeschouwing en levensopvatting staan, sluit nu eenmaal veel meer gevaren in en houdt het onderwijs los van godsdienst en geloof. En dit geldt niet alleen voor het onderricht dat wordt gegeven, maar ook voor de sfeer, welke er dientengevolge heerscht in de studenten-gemeenschap. De botsingen met de eigen overtuiging zijn er uiteraard veel talrijker, de tegenstellingen veel grooter. Er is niet zulk een harmonische uitbloei van hetgeen in Uw geest reeds als kiem is uitgestrooid.

Men kan in dien felleren levensstrijd blijven staan, in die minder harmonische wereld zich wellicht toch harmonisch ontwikkelen, maar gelijk men met een auto geen hobbeligen weg kiest, waar een gladde baan open ligt, zoo is het ook niet voorzichtig, zijn ontwikkeling aan meer gevaren bloot te stellen en in een minder harmonische sfeer na te streven, als er een beter een veiliger weg kan worden ingeslagen.

De Katholieken stichtten de Nijmeegsche Universiteit en de Tilburgsche Hoogeschool niet met de negatieve instelling U verre te houden van de andere scholen, alsof deze, ik weet niet wat voor slechte scholen zijn, maar met de zeer positieve instelling, dat het bijzonder onderwijs beter is. Zij hebben hun kinderen het beste willen geven.

Laat U goed doen.

 

Prof. Dr. Titus Brandsma, O.Carm.

Voorzitter Nijm. Universiteitsvereeniging

 


  1. Typescript (NCI OP 121.7), 3 pages. With a pencil the archivist has added ‘1941’ and ‘Aan abiturienten voor cursus 41-42’.

 

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2024