Het R.K. Huisvestings-Comité en de Watersnood

1920

Article

 

Het R.K. Huisvestings-Comité en de Watersnood

[1]

Het hoofdbestuur van het R.K. Huisvestings-Comité te ’s-Hertogenbosch, Zaterdag aldaar in vergadering bijeen, heeft naar aanleiding van de dien dag plaats gevonden hebbende dijkdoorbraak te Cuijk aan de Maas, besloten – zulks met goedkeuring van Z. Ex. den minister van Binnenlandsche Zaken – om, waar noodig, hulp te verleenen aan de door den watersnood geteisterde dorpen.

Het Comité is bereid, om kinderen uit die dorpen tijdelijk onder te brengen in gezinnen, welke zich voor het opnemen van Weensche kinderen hebben opgegeven, doch voor wie deze kinderen nog niet zijn aangekomen.

Het Comité is overtuigd, dat waar het hier onze eigen Nederlandsche kinderen betreft, deze gezinnen even gaarne tot huisvesting bereid zullen zijn.

De doorbraak te Cuyk

Zaterdagmorgen is de Valuwsche dijk bij Cuyk voor het opdringende water bezweken. Eerst sloeg een stuk weg van anderhalven Meter, doch toen dit eerste groote gat gemaakt was, was in een minimum van tijd de dijk over vijftig meter weggeslagen. Reeds daags te voren was nu hier en dan daar een stuk van den weg afgebrokkeld, maar het was iederen keer nog te dichten; het Zaterdagmorgen gemaakte gat was ineens te groot en het water stroomde er met te groote hoeveelheid doorheen, dandat aan dichting nog te denken viel. Onmiddellijk losten de wachten de noodschoten. De klokken begonnen te luiden, de stoomfluiten der fabrieken huilden door den duisteren nacht en voor zoover de bewoners, die het dreigende van den toestand kenden, sliepen, was spoedig alles wakker en op de been om te redden wat te redden was en op de eerste plaats zichzelven en de zijnen in veiligheid te brengen. Voor velen schoot er niets over dan op het dak der woning te klimmen en daar te wachten, tot men komen zou om hen uit de netelige positie te verlossen. Uren hebben velen op het dak moeten doorbrengen, van koude verstijfd, ja, geheel den Zondag duurde het reddingswerk nog voort. Men redde velen, die reeds wanhoopten aan hun behoud. Slechts een dertigtal booten was beschikbaar om van de verspreide huizen de bewoners te redden. Aan redden van het vee was haast niet te denken. Men bond het achter aan de booten, in de booten was geen plaats genoeg voor de menschen.

Voorzoover thans bekend, gingen geen menschenlevens door verdrinking verloren, maar het is te voorzien, dat de ramp niettemin aan verschillenden, het leven zal kosten. Teringlijders bleven een dag en een nacht op daken aan water en wind prijsgegeven, kinderen, zuigelingen moesten zonder beschutting, zonder voedsel blijven, verkleumd van kou, nat tot op het lichaam. Ontijdige bevallingen kwamen de ellende nog vermeerderen. De schade is niet te begrooten. Al is veel vee gered en naar Cuyk en Boxmeer gevoerd, een zeer groote hoeveelheid vee is verdronken, vooral het kleiner vee is verloren gegaan, daar men alles in het werk stelde om het groot vee te redden en velen hun leven in gevaar stelden om hun grootsten rijkdom, hun vee te behouden.

Eerst bepaalde zich de ramp tot Cuyk en de naaste omgeving en keerde de spoordijk het water nog van de Cuyksche hei. Daar de spoordijk een meter lager is dan de Valuwsche dijk en het water tot boven aan dezen dijk stond, was spoedig het water aan de rails, spoelde het grint weg, kwamen de dwarsleggers los en sloeg eindelijk over een grooten afstand heel den dijk weg. Dat gaf voor Cuyk ineens bijna een halven meter val, zoodat het hooger gedeelte weer vrij kwam, maar op de hei werd de toestand des te erger. Het water stroomde met geweld door de gemaakte bres en veranderde de hei in een zee. De zwakke huisjes en hutjes bieden een slechte beschutting tegen het water, vele scheuren en verzakken reeds verschillende zijn bezweken.

Het centrum der redding is Cuyk. In het liefdegesticht zijn reeds dadelijk tweehonderd dakloozen ondergebracht. Door de spoorwegdirectie zijn enkele spoorwegwagens ter opname der vluchtelingen aan het station te Cuijk gestationeerd. In de St. Jozefsvereeniging zijn eveneens een honderd menschen bijeen. Het Bossche Roode-Kruis heeft in een auto en later met den trein honderden dekens aangevoerd. Te Mill kon de auto niet verder. Men heeft de dekens toen overgeladen op een spoorlorrie, Zoo kwamen ze in Cuijk, waar ze als een weldaad werden ontvangen door de verkleumde vluchtelingen. Van alle zijden trouwens komt hulp opdagen. Het R.K. Huisvestingscomite plaatste reeds een oproep om kinderen uit de geteisterde streek op te nemen. Vooral zij, die zich bereid verklaarden tot opname van een Oostenrijksch kind, doch dit nog niet ontvingen, worden gevraagd, voorloopig een Nederlandsch kindje uit het land van Cuyk te herbergen, totdat de eerste nood voorbij is.

De eerste twee dagen is niets gedaan om het gat te stoppen. Men dacht slechts aan redding der bedreigden. Wel werden maatregelen door de spoorwegdirectie genomen om het gat in den spoordijk niet grooter te doen worden. Zoolang echter het gat in den Valuwschen dijk niet is gedicht kan aan herstel van den spoorweg niet gedacht worden. Tot overmaat van ramp bleek men het Zondag niet eens, wie het werk der dichting moet uitvoeren en bekostigen. Inmiddels zijn echter de verschillende autoriteiten ter plaatse geweest en zal wel een practische oplossing zijn gevonden.

Maandagmorgen heeft de koningin een bezoek gebracht aan Cuijk om een blijk van deelneming te geven en zichzelve van den ontzettenden toestand op de hoogte te stellen.

Doorbraak aan den Honsdijk

Van Zaterdag op Zondagnacht is ook de Honsdijk te Escharen doorgebroken, zoodat de wegen Grave-Mill-Velp-Reek overstroomd zijn.

De boeren moesten dadelijk vluchten. Het hooggelegen klooster der Jezuieten staat geheel in het water. Ook Velp staat geheel blank.

Nader meldt men aan de Gelderlander:

Tengevolge van den doorbraak te Cuyk is de ‘Honsdijk’ onder Escharen stuk geloopen en overstroomd. Daardoor zijn de landerijen ten Zuiden van den Elftweg–Langenboom diep ondergeloopen. Ook de rijksweg Grave–’s Bosch staat ten Zuiden van den ‘Elft’ voor een groot deel diep onder water. Al de boerderijen op de ‘Bolt’, ‘Kauwenoord’, enz. staan in ’t water. De meeste zijn ontruimd. Voor zoover bekend zijn geen persoonlijke ongelukken gebeurd.

Tengevolge van een doorbraak in den binnendijk om Velp is dit dorp geheel ondergeloopen. Zeer groot is de schade en de waterlast in Escharen en Velp.

De Maasdijk onder Velp wordt op een plaats niet meer vertrouwd. De marechaussée’s van Grave zijn er ter bewaring van de orde.

Ook het dijkje om den polder Escharen–Gassel heeft gevaarlijke plaatsen, die versterking verkregen en voortdurend bewaking behoeven. Verschillende bewoners hebben hun vee reeds op veiliger plaats gebracht.

Onder Mill dreigt ook groot gevaar. Gelukkig is sinds gisteren het water vallende.

De verkeersmoeilijkheden

De directie der Nederlandsche Spoorwegen deelt in verband met de overstroomingen het volgende mede:

Het treinverkeer tusschen Linden–Katwijk en Cuijk is geheel gestremd.

Reizigers, die van Venlo komen voor Nijmegen, en verder richtingen, Amersfoort (via Kesteren) Arnhem, Ede, Zwolle en Enschedé, reizen met trein 1124, (Venlo v. 4.21 nam.) over Eindhoven–Den Bosch.

Van den Bosch loopt een extra trein, (Den Bosch v. 7.20 nam.) over Oss–Nijmegen naar Arnhem.

Deze trein sluit te Nijmegen aan op trein 1828 naar Amersfoort via Kesteren (Nijmegen v. 8.25 nam.), te Arnhem op trein 54 richting Ede (Arnhem v. 9.12 nam.) en op trein 1417 richting Zwolle en Enschedé (Arnhem v. 8.35 nam.).

Trein 1417 wacht te Arnhem zoo noodig een uur op aansluiting van bovengenoemden extra-trein.

Tot berging van vluchtelingen is de Ambachtsschool te Oss ontruimd. In de oude Muziekschool zijn enkele vluchtelingen opgenomen.

Te Berghem wordt zonder dat de toestand het vraagt, de openbare school ontruimd.

De spoorlijn Bosch–Nijmegen is gedeeltelijk beschadigd, zoodat het verkeer van Rosmalen naar Oss slechts een spoor over heeft. Gisteren verwachtte men zelfs de staking van alle verkeer. Gelukkig valt het water. Te Nuland wordt hard aan de versterking van den weg gewerkt.

De toestand te Oss wordt aan de zijde van Amsteleind kritiek. Alles is overstroomd. De Lither en Oijensche weg staan onder tot aan de kom der gemeente. De Elzenburg is totaal geïsoleerd. Het water sloeg gisteren over de Macharensche hut heen. De hut is ontruimd.

Ter kisting van de dijken is Zondag een auto van de firma Jurgens met planken naar Herpen gegaan. Even voorbij station Berghem raakte de auto in den sloot. Het hout moest worden afgeladen. Na veel inspanning gelukte het de auto weer vlot te krijgen.

Nobele gift

Oud-burgemeester Barse heeft van uit Hilversum een gift van tweehonderd vijftig gld. gezonden aan den burgemeester te Oss ter leniging van den watersnood ter plaatse.

 


  1. Published in: De Stad Oss, 20 January 1920, p.2 (‘Van hier en uit den omtrek. Oss’). The unsigned article is attributed to Titus Brandsma, perhaps different authors contributed to the article.

 

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2023