Mooie plannen

1939

Article

 

Mooie plannen

[1]

Wat stonden er oudtijds vele eerbiedwaardige abdijen en kloosters in ons Friese land. Meer dan vijftig van allerlei Orden, mannelijke en vrouwelijke, hebben er gedurende eeuwen een roemrijk bestaan gehad. Zeker, er zijn momenten van inzinking en verval geweest, maar vergeten mag niet worden, dat deze toestanden weder reacties te voorschijn riepen, die toonden, hoeveel vitale kracht er school in die instellingen, totdat geweld en vooroordeel een einde maakten aan hetgeen Friesland onder tal van opzichten tot eer en glorie strekt.

Naarmate onze kennis van de ‘donkere’ Middeleeuwen toeneemt, blijkt, dat die donkerte veeleer een clair-obscur was, d.w.z. vermengd was met zoveel licht en leven, dat, als van een herfsttij der Middeleeuwen mag worden gesproken – al keur ik deze term af voor de tijd, waarvoor hij wordt gebruikt – er in die herfst-tinten een schoonheid valt te onderscheiden, die ons zegt, dat onder het schijnbaar sterven de natuur haar leven niet verliest en in de rijkdom van haar openbaring bij het sterven van bepaalde vormen, tevens de hoop levendig wordt op weder-ontluiken in nieuwe schoonheid.

Zo gedenken wij het verleden, niet als afgebroken, maar veeleer als een belofte van nieuwe tijden. En wij herinneren ons gaarne dat verleden, al is het voorbij, omdat het voor ons beloften inhoudt, tradities doet liefhebben, de lijn uitstippelt, waarlangs nieuw leven tot ontwikkeling komt.

Als wij de oude abdijen en kloosters in Friesland in de herinnering terugroepen, dan is dat allerminst om ze te herstellen en weder op te bouwen. Elke tijd heeft zijn eigen eisen. Maar dan doen wij zulks, omdat het ons goed doet, ons te herinneren de diepe godsdienstzin, die de oude Friezen, die kloosters deed stichten en eeuwenlang bevolken. Dan herinneren wij ons de glorieuze tijd, waarin die kloosters opbloeiden in de eerste ijver van een streng tot heiligheid opvoerende kloostertucht, dan herinneren wij ons, hoe in een zeer streng leven geheel aan God gewijd er zo menig heilige ziel de vereniging met God heeft gezocht en gevonden en op de Friese grond velen hebben geleefd in zo hoge volmaaktheid, dat hun gedachtenis in ere is gehouden en hun verering zo groot is geworden, dat de Kerk die daarin zeer streng is, heeft toegelaten, dat zij de eer der altaren zijn waardig gekeurd, d.w.z. dat zij vereerd worden als heiligen en zaligen der Kerk tot wier eer en gedachtenis kerkelijke Getijden worden gezongen en de H. Liturgie wordt gevierd. Klaarkamp, het oudste Cistercienserklooster in Nederland, Bloemkamp, daaruit ontsproten, Mariengaarde, de bakermat van de Orde van Premonstreit in de Friese landen, met Lidlum, daardoor hervormd en tot de hoogste bloei gebracht, niet enkel stoffelijk – zo wordt het jammer genoeg veel te veel bezien – maar ook geestelijk, Ludinga-kerke, door de Windesheimers hervormd, onder wie niemand minder dan Thomas van Kempen, al deze abdijen en kloosters brengen ons de herinnering aan Zaligen en Eerbiedwaardigen. Ik noem een Z. Gerard van Klaarkamp, een Z. Thetard van Bloemkamp, een H. Frederik van Hallum, een Z. Eelco van Liauckama van Lidlum enz.

Wij zien die oude kloosters en abdijen te veel als sociale instellingen, machtig en rijk geworden, die veel hebben gedaan voor de ontginning van de Friese grond, het indijken van onze polders, het tot eerste ontwikkeling brengen van de eigen-geërfde Friese boerenstand, en vergeten, dat zij ook middelpunten waren van geestelijk leven en weder niet alleen in zoverre zij de cultuur bewaarden en versterkten, maar ook als plaatsen van godsvrucht en gebed.

Als wij ons herinneren de oefeningen van godsvrucht, daar in zwang en tot regel geworden, het koorgebed, dat er op de uren van de nacht zowel als van de dag tot God opsteeg, de heerlijke tempels, die zij God ter ere alom over het Friese land hebben gebouwd en in stand gehouden en van priesters voorzien, dan begrijpen wij, dat Friesland veel aan die kloosters dankt en dat het billijk en passend is, hun gedachtenis in ere te houden en hun tradities te doen voortleven, opdat zij ons inspireren tot een geestelijk leven, dat voor het hunne niet onderdoet, zo mogelijk – met de rijker middelen ons ten dienste – het hunne overtreft in luister zowel als in innigheid.

Thans wordt bij Rinsumageest de oude terp afgegraven, waarop eens voorname gebouwen van abdij Klaarkamp stonden. Er komen uit de grond stenen, die eens daaraan ten grondslag lagen. Het Bestuur van ‘Frisia Catholica’ is op de gelukkige gedachte gekomen, een aantal dezer stenen aan te kopen en daarvan op het geliefde St. Bonifatiuspark te Dokkum – de parochie, waartoe het gebied van de oude abdij behoort – een gedenkteken aan de oude abdij op te richten, heel eenvoudig, maar toch zo klinkend, dat weer toegepast mag worden, dat de stenen spreken. Zij zullen spreken van de oude roem van ‘Klaarkamp’, zij zullen opwekken tot ’t handhaven van tradities, die eerbiedwaardig zijn en verdienen, in ere te worden gehouden. Het Bestuur van het Fries Genootschap verleende zijn medewerking door de stenen daarvoor vrij te geven en niet voor zich op te eisen.

Maar sindsdien zijn er dingen gebeurd die nieuwe nog mooier plannen hebben doen rijpen.

Door bemiddeling van den heer Demes Jr. te Dokkum kon de Secretaris van ‘Frisia Catholica’ de heer A. Rohling een aantal oude ‘Friezen’ kopen, vrij gekomen door verbouwing van een huis op de grond van het oude klooster ‘Sionsberg’ eveneens onder Dokkum.

Enige dagen geleden was ik als voorzitter van ‘Frisia Catholica’ met den Secretaris op het terrein van het oude, thans opnieuw in het middelpunt van de belangstelling geplaatste klooster ‘Foswerd’ en mochten wij van den bewoner van een der twee boerderijen op het oude kloostererf, den heer Jan van der Meij, de toezegging ontvangen van een vrij groot aantal stenen uit de oude fundamenten van de ‘Foswerder’-abdij.

Tevens hoorden wij, dat er nog tal van andere kloosters of abdijen stenen resten.

Op deze is thans ons oog gericht.

In overleg met den Zeereerw. Heer G. Smit, Pastoor van Dokkum, is afgezien van de oprichting van een gedenkteken aan Klaarkamp in de vorm, waarin wij ons dat eerst hadden gedacht en hebben wij besloten, moeite aan te wenden, op ’t St. Bonifatiuspark te Dokkum, waarvoor het plan tot oprichting van een Kruisweg bestaat, de veertien staties van die Kruisweg op te trekken van stenen van veertien abdijen of kloosters van Friesland, om zo op nog zinrijker wijze dezer gedachtenis te doen voortleven en in levende monumenten in ere te houden.

Vijf staties zijn reeds toegezegd – ik zal nog geen namen noemen – uit te voeren, wat de voorstelling betreft door den beeldhouwer Maris te Malden bij Nijmegen, die ze boetseert en schildert en in het vuur verglaast.

Wij hopen, zodra deze wat de voorstelling betreft, gebakken zijn en de vuuroven hebben verlaten, van vijf abdijen of kloosters voldoende steen te bezitten om er van die stenen een passende grondslag en omlijsting voor te maken.

Om verder te gaan, hebben wij de medewerking van velen nodig, niet slechts om den beeldhouwer in staat te stellen de andere reliefs te maken, maar ook om de stenen te verwerven, die nodig zijn voor de omlijstende bouw.

Wie kent in zijn omgeving nog resten van oude abdijen en kloosters? Wie kan ons helpen, die voor dit doel te verwerven?

Een korte mededeling hieromtrent zal door ons in grote dankbaarheid worden aanvaard.

Met veler medewerking komen we, en zelfs binnen niet zo lange tijd, tot de uitvoering van deze mooie plannen.

Het zal iets enigs zijn, dat de glorie van ons St. Bonifatiuspark verhoogt, maar vooral op eenvoudige wijze allersprekendst de oude kloosters weer door hun stenen tot ons zal doen spreken.

Titus Brandsma, O.Carm.

Voorzitter van ‘Frisia Catholica’

 


  1. Published in: Ons Noorden, 12 August 1939 [Frisia Catholica].

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2024