De Zal. Jacobinus

1940

Article

 

De Zal. Jacobinus

[1]

Een schitterend bewijs, hoe men in de nederigste bediening tot de hoogste heiligheid kan opklimmen.

Uit arme ouders geboren, trad hij door liefde tot God en godsvrucht tot Maria gedreven als leekebroeder in de Orde van de Lieve Vrouw van Carmel in den tijd, dat het voorbeeld van den Zaligen Joannes Soreth als Prior Generaal alom in de Orde nieuw leven wekte en tot heldhaftiger beoefening van de deugd aanspoorde.

Hij was geboren in 1438 in Plascha, een gehucht in de onmiddellijke nabijheid van Vercelli, waar de Paters Carmelieten van de Lombardijsche of Noord-Italiaansche Provincie een hunner oudste en eerbiedwaardigste kloosters hadden. Hier oefende hij, nadat hij er de plechtige geloften had afgelegd, bijna vijftig jaar het nederige ambt van collecte-broeder uit. Zijn uitverkiezing daartoe zegt reeds, dat men in het klooster eerbied had voor zijn deugd en alle vertrouwen in hem stelde. Vooral muntte hij uit, zoo lezen we in het oude levensverhaal, in onthouding en versterving en daarnaast in liefde tot het gebed en godsvrucht tot het H. Sacrament des Altaars en tot de H. Maagd Maria. Zijn leven was zoo verstorven, dat hij ondanks de vermoeienissen van het bedelen vier dagen van de week vastte op water en brood.

Uren lang kon hij in het gebed verslonden blijven. Vooral den Donderdag heiligde hij door aanbidding van het Allerheiligste, den Zaterdag door oefeningen van godsvrucht tot Maria. Zijn streng en ingetogen leven deden hem geleidelijk in heel de omgeving van het klooster vereeren als een Heilige.

Dit maakte, dat men hem vaak rijke aalmoezen gaf om mede door zijn voorspraak den zegen Gods deelachtig te worden. Zoo bracht hij niet alleen het noodige samen voor het klooster van Vercelli, maar stelden de giften, welke hij ontving, de Orde in staat, te Luino een nieuw klooster der Lombardijsche Provincie te beginnen, dat dan ook den Z. Jacobinus, al was hij slechts een arme eenvoudige broeder, met reden als zijn stichter vereert. De faam zijner heiligheid drong zelfs door tot de stad Milaan, zoodat, toen hij in 1507 op 3 Maart, den verjaardag zijner geboorte, te Vercelli overleden was, de heilige Kardinaal-Aartsbisschop van Milaan Carolus Borromaeus aan het klooster vroeg, zijn heilig overschot naar de Kathedraal van Milaan over te brengen en daar te laten begraven en vereeren. Waarschijnlijk om de vereering, welke men hem te Vercelli zelf schonk, werd aan den wensch van den Kardinaal niet voldaan. Hij werd te Vercelli zelf begraven. Reeds aanstonds richtte men hem ter eere een altaar op, waarboven zijn beeltenis in stralenkrans gehuld aan de openlijke vereering der geloovigen werd voorgesteld. Paus Gregorius XVI bevestigde deze vereering, hem sinds eeuwen gebracht. Zijn feestdag is vastgesteld op zijn geboorte- en sterfdag 3 Maart.

 


  1. Published in: Carmelrozen, Vol. XXIX, Sept. 1940, p. 108.

 

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2022