Evangelizo vobis gaudium magnum

undated

sermon (Christmas)

 


Evangelizo vobis gaudium magnum quod erit omni populo

[1]


Evangelizo vobis gaudium magnum quod erit omni populo. Luc. II.10

Zoo zongen de Engelen boven Bethlehems velden toen geboren was Hij die Israel verlossen zou, het zou deelachtig maken aan de genade des Heeren. Het Godsrijk, het rijk van liefde en vrede neemt een aanvang. Boven de velden weerklinkt het lied der Engelen, dat de herders tot de kribbe riep, terwijl boven Israel een ster opkwam om de koningen of wijzen te roepen tot aanbidding van de wereldverlosser. In een stal, in wat doeken gewikkeld ligt een kind, een kind der menschen, maar op zijn vingeren draagt het hemel en aarde. De menschelijke natuur is deelgenoot geworden van goddelijke macht, een vereeniging heeft plaats gehad verhevener dan het menschelijk verstand vermag te begrijpen.

De mensch had God verlaten, zich het deelgenootschap der bovennatuurlijke vereeniging met God onwaardig gemaakt, maar God de Vader, de Algoede had in zijn wijsheid ook dit voorzien en was de boosheid der menschen groot, grooter, oneindig was des Vaders Liefde. God had den mensch geschapen. Het was alsof zijn godheid zich openbaren moest in de schepping van den mensch en de wijsheid, de oneindige wijsheid, op een middel zon om de schuld te delgen en de mensch weer een te maken met de Godheid. Zend mij, sprak die Eeuwige Wijsheid, en al moest de Christus lijden, lijden buitenmate, sterven aan het Kruis, het Woord des Vaders onderwierp zich aan die lijdenswil. Hij werd gehoorzaam tot den dood, ja tot den dood des Kruises. En daarom is Hem een naam gegeven die boven alle namen is Jezus onze verlosser, God en mensch.

Wondebaar geheim. God zoekt den mensch, komt allen tot Mij die belast en beladen zijt. Ik zal U verkwikken. Blijdschap. Gaudium magnum. Kerstvreugde.

[2] Maar op de Kribbe volgt het Kruis. De zending van den Godmensch is een geheim van nog veel wijder strekking. Golgotha schijnbaar het Godsrijk vernietigd, sterker bevestigd. Mijn rijk is niet van deze wereld. Als ik van de aarde zal zijn opgeheven zal ik alles tot mij trekken. Ik zal U niet als weezen achterlaten. Zooals de Vader mij gezonden heeft zoo zend ik U. Biecht en H. Sacrament. Aan de Apostelen aan de priesters meegedeeld.

Hoe dwaas te wenschen dat men had geleefd ten tijde van Jezus. Jezus leeft. Tragen van harte. Hoogen gemeenschap. Priesterschap. God met ons.


  1. Manuscript (NCI OP91-8), 2 pages. Sermon, held at Christmas, undated and place unknown.


© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2020