Geestelijke Dagen voor de R.K. Journalisten

1937

Retreat

 

Geestelijke Dagen voor de R.K. Journalisten

24-27 Juli 1937[1]

 

Zaterdag 24 Juli 7 uur. Opening. Toewijding aan God Vernieuwing der Doopbeloften. Omdracht aan Maria. Inleidende Meditatie. De Profeet Elias op den Carmel en op Horeb.

Klein aantal. Ook de Apostelen bij Onzen Lieven Heer en na zijn dood in de Opperzaal met Maria. Zoovelen geen tijd. Martha, Martha, er is maar een ding noodig. Maria heeft het beste deel verkoren, het zal haar niet ontnomen worden.

Luisteren naar de stem des Heeren. Ik zal hem naar de eenzaamheid roepen en daar spreken tot zijn hart. Wij moeten beginnen met ons te herinneren, dat wij tot Christus behooren. Door het H. Doopsel zijn Kerk ingeleid. De woorden bij die intrede in onzen naam gesproken, moeten wij hier herhalen en overdenken. Het is niet de bedoeling de formule woordelijk te herhalen, maar naar den zin, onze aanhankelijkheid aan Jezus betuigen, onze afscheiding van de wereld, onzen vasten wil, ons vrij te houden van de verleiding van duivel, wereld en vleesch.

En dan onze toewijding aan Maria. Tot Jezus met Maria. De uitverkoren Moeder. De middelares van alle genade. Kind van Maria, onderpand van onze vereeniging met Jezus. Zoon, ziedaar uwe Moeder, sprak Christus op het kruis. Onder het kruis nam zij ons aan. Met haar in gebed vereenigd, ontvingen de Apostelen in de Opperzaal den H. Geest. Met Maria bidden wij; Emitte spiritum tuum et creabuntur et renovabis faciem terrae.[2] Nova facio omnia:[3]. verba, vota et opera[4]

Elias op den Carmel: Het Joodsche volk kwam daar voor hem samen. Hoelang hinkt gij naar twee zijden. Kiezen tusschen Baal en Jehova. Wij hebben niets te verwachten van Baal of van de wereld. God zal zijn vuur ook op ons offer neerzenden en ons verteren. Branden moeten wij voor den Heer. Zelo zelatus sum pro Domino Deo exercituum.[5] Soldaten van Christus. Wij zullen ons wel eens eenzaam voelen in een wereld, die God zoo vaak vergeet. Elias in de woestijn. Het leven viel hem hard en hij wenschte, dat God het van hem wegnam. Engel verschijnt hem en wijst hem op een wonderbare spijs, voorafbeelding van het H. Sacrament des altaars. Piscis assus Christus est passus.[6] Vereering met Christus in de H. Communie. Uit kracht dier spijs wandelde Elias 40 dagen en 40 nachten tot den H. Berg Horeb. Daar mocht hij God zien. Beati mundo corde.[7] Non in commotione Dominus.[8] In rust en vrede ons met God vereenigen, in de reinheid van ons gezuiverd hart. [2]

 

Zaterdag 24 Juli. 9 uur. Het Apostolaat der Pers. Bespreking.

Unum corpus multi sumus omnes qui de uno pane et de uno calice participamur.[9] Non omnes partes corporis unum actum habent.[10] Priesters en leeken samen een lichaam. Paus en Bisschop roepen met de priesters de leeken op om het rijk des Heeren uit te breiden. Zoo tot iemand met kracht in die richting gesproken, dan tot de mannen der Pers. Machtig middel om de gedachten te leiden en naar Christus te voeren en van het verkeerde af te wenden. Eerst positief, op de tweede plaats negatief. Dikwijls te veel andersom gezien. Elken dag een goede gedachte, een goed woord, een goede daad. Elken dag de krant bezien en zien, of ze weer een stuk apostolaat is. Paulus journalist, als hij nog eens zijn apostolaat moest uitoefenen in dezen tijd. Het juiste woord. De hooge instelling. Christianus alter Christus.[11]

1. Waarheid verkondigen. Waarheid zelf leeren kennen. Nazien. Vragen. naslaan. Luceat lux vestra coram hominibus. Non sub modio sed super candelabrum.[12] De krant als nieuwsbron. Keuze van de feiten.

2. De manier, waarop. De journalist is de man van de redactie. Hij heeft de gave om iets te zeggen op de meest pakkende, de meest overtuigende wijze. Kost moeite. Studeeren. Zich herlezen. Zich spiegelen aan anderen. Model-journalisten, niet enkel naar den vorm, maar mede naar den inhoud. Inhoud en vorm zijn een.

3. Geestdrift. Moeite doen. Martelaar voor de zaak van Christus. Slaaf van God. Zich uitsloven. Opportune et importune.[13] Niet als het uitkomt. Altijd en ten koste van groote offers, Payer de sa personne.

4. In omnibus caritas.[14] Het kenteeken van den waren Christen. Niet enkel in het zichzelf geven, maar tevens door dit te doen in den waren Christelijken geest. Heldhaftige verdraagzaamheid naast nobele hoogheid en adeldom. Hoe dikwijls is de toon ook van een katholiek journalist bitter en scherp. Verontwaardiging mag er wel zijn, maar gematigd en getemperd door de liefde. Wij zijn strijders, ridders, sans peur et sans reproche. Met Christus strijden, door zijn geest geleid, door zijn geest bezield.

5. De Katholieke krant is een krant, maar een krant sui generis. Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Een goede boom moet goede vruchten dragen. Anders omgehakt en in het vuur. Hoeveel katholieke kranten zouden niet in het vuur kunnen. Dat mag niet zijn. Wij hebben ze veel te veel noodig. God wil het. [3]

 

Zondag 10½ uur. Meditatie. Waarvoor leven wij?

Stellen wij ons in de tegenwoordigheid Gods, van eeuwigheid in Zichzelven genoegzaam en gelukkig, maar de goedheid en de liefde zelve. Bonum diffusivum sui.[15] God had er behoefte aan, zijn geluk aan ons mede te deelen. Hij schiep ons uit liefde. Waar ligt ons geluk? Bij God, volgens God.

God heeft ons een bepaalde natuur gegeven om ons op een zeer bepaalde wijze gelukkig te doen zijn. Op deze wereld geeft Hij ons veel te genieten om door de zintuigelijke kennis tot de kennis van zijn Wezen te geraken en met Hem gelukkig te zijn naar ziel en lichaam. De mensch heeft zijn geluk verwoest, maar Gods liefde heeft de orde hersteld.

Christus is gekomen als Middelaar opdat wij met Hem den weg ten Hemel zouden gaan, niet meer zoo licht en gemakkelijk, als God ons oorspronkelijk had toegedacht, maar toch zoo, dat wij mogen juichen en jubelen. Christus onze koning, ons voorbeeld. Ons geluk niet op deze wereld. Christus is ons voorgegaan ten Hemel. Hier echter toch een voorsmaak van den hemel.

Met God leven het leven hier op aarde.

Ons verstand, ons geestelijk leven maakt dat mogelijk.

Dwaas, ons in het vergankelijke te verliezen. Bevredigt niet. Waarheden geopenbaard, welke we anders niet zouden kennen, welke velen niet kennen.

Uitverkorenen zijn wij. En we achten ons vaak ongelukkig.

Het kruis voert ons juist ten hemel, vereenigt ons met Jezus. Christus heeft het lijden in vreugde veranderd.

Liduina. Jongeling in Schiedam door dit voorbeeld gelukkig. Leven met God waarborgt reeds ons geluk hier, maar nog veel meer in de eeuwigheid. Niet voor den tijd geschapen. Voor de eeuwigheid.

Wij vergaten dat helaas herhaaldelijk. Zonde verwijderde ons van God. Engelen in de hel gestort. Voorouders uit het Paradijs verdreven. Ons was God genadig. Waarschuwing. Un homme averti et vaut deux. Wij worden hoe langer hoe dommer vaak.

Laten we de oogen open wrijven. Zie de Bruidegom komt.

Gaat ute hem te ontmoeten.

Maar niet alleen, de andere menschen met ons.

Christus vereenigt ons met alle menschen.

Allereerst echter, met wie God zelf ons heeft vereenigd. [4]

 

Zondag 3 uur. Conferentie: Leert van Mij, dat ik zachtmoedig en nederig van harte ben.

De mensch onrustig, maakt zich druk over vele dingen, windt zich op, terwijl hij rust en vrede zoekt. Rust en vrede heerlijk schoone goederen voor de ziel. Hoevele zwervers zoeken die te vergeefs. Zoeken ze niet, waar ze te vinden zijn.

Twee moeilijke voorwaarden: Op de eerste plaats zachtmoedig. Zacht van gemoed. Tegenstelling met hard. Tegenstand in zich opnemen, in zich dood laten loopen. Niet er hard tegen laten aanbotsen. Het kwaad, het ongemak verwachten. Weten, dat dit er in het leven bij behoort. Aldus ook het onaangename verdragen. Lastige dingen en personen niet van zich stooten. Als het ware in de armen sluiten. Vijanden vergeven en hun weldaden bewijzen. Geen zwakheid maar kracht. Zelfoverwinning, zelfbeheersching. Als gij goed zijt voor wie voor U goed zijn, wat voor verdienste. Dat doen ook de heidenen. lk zeg U, doet goed aan wie U haten. Joannes Gualbertus nam den moordenaar van zijn broer in genade op. De Patroon der Journalisten de H. Franciscus van Sales is het beroemde voorbeeld van zachtmoedigheid, hoewel hij van natuur zeer opvliegend was.

Op de tweede plaats nederigheid. Het tegengestelde van het begin van alle kwaad. Initium omnis peccati superbia[16] hoogmoed. Kwaad van de gevallen Engelen en van de eerste menschen. De mensch ziet niet, welke plaats hij in het heelal inneemt, hoe hij bestaat bij de genade Gods en in afhankelijkheid moet leven, wil hij naar waarheid leven. Nederigheid waarheid. Onze afhankelijkheid en kleinheid wordt nog grooter door onze schuld, door ons telkens weer verkeerd handelen. Dit besef moet ons nog kleiner maken. Zelfs al waren wij de volmaaktste mensch, dan nog groote nederigheid geboden. H. Maagd Maria, de nederige maagd. Moeder Gods geworden gaat zij Elisabeth dienen. Vereeniging met Jezus moet lijden[17] tot nederigheid. Het kleine en zwakke heeft God uitverkoren. Apostelen twaalf arme visschers. Wat oordeelt de mensch de waarden van het leven geheel anders dan God.

Van beide deugden Jezus ons hoogste voorbeeld. Leert van Mij. Mensch geworden. Exinanivit semet ipsum.[18] Onze schuld op Zich genomen. Zachtmoedigheid en nederigheid van Jezus in verschillende omstandigheden van zijn leven van kribbe tot kruis. Wat zeggen dat begin en dat einde al niet. En gij zult rust voor uwe zielen vinden. Wat heerlijke belofte. Wie het doel wil, moet de middelen gebruiken. Gij wilt rust en vrede. Leert van Mij. [5]

 

Zondag 5 uur: Zachtmoedigheid en Nederigheid in de Journalistiek. Grenzen en Eischen. Bespreking.

Als deze twee deugden door O.L.Heer zoo op den voorgrond worden geplaatst als eerste voorwaarde voor ons geluk, dan moeten zij ook in een zoo hoog bedrijf als de Journalistiek beoefend worden. De bladen vormen den mensch, weerspiegelen den mensch, willen den mensch vervolmaken en leiden. Dus eerst al om rust en vrede in de wereld te brengen, om in zijn roeping te leven moet een blad de beide deugden bezitten en beoefenen. Als de bladen deze deugden niet weerspiegelen, hoe zullen ze dan in de wereld heerschen.

Men meent dan geen invloed te hebben. En Jezus dan. Leert van Mij. En zoovele Heiligen dan? Hadden zij geen invloed. Uw Patroon. Heeft er iemand meer niet-katholieken uit zijn omgeving bekeerd. Hij polemiseerde. Hij heeft voor de waarheid gestreden, maar in nederigheid en zachtmoedigheid.

Er zijn grenzen. Waar? Neen, er zijn geen grenzen. Leert van Mij. God heeft aan die deugden geen grenzen gesteld, wel er de hoogste eischen aan gesteld.

De Journalist moet deze twee deugden echter niet alleen bezitten en beoefenen om zijn medemensch, voor wien hij werkt en leeft. Hij leeft ook voor zichzelven. En zijn eigen belang, zijn eigen zucht naar vrede moet hem deze twee deugden doen liefhebben en beoefenen. Trouwens hoe zal hij ze in zijn blad bezitten, als hij ze als particulier persoon niet bezit. Te veel scheiding tusschen persoon en bedrijf. Totaliteit. Niet buiten anders dan binnen. Katholiek in alles. Roomschen in huis en Roomschen daarbuiten, geen tegenstelling. Vandaar beginnen met zelfhervorming, in den eigen kring, in het huisgezin, in de naaste omgeving. Verder als Katholieke Journalisten onder elkaar. In de vereeniging. Deze twee deugden moeten ook het vereenigingsleven beheerschen. [6]

 

Zondag 7 uur: Meditatie: God is met ons.

Stellen we ons in Gods tegenwoordigheid. Hij die ons schiep, ziet op ons neer. Veel meer nog. Woont in ons. Drievoudige inwoning en inwerking Gods in ons. Vooral God zien in de natuurlijke zoowel als in de bovennatuurlijke orde. Het mystieke leven moeten we wel niet buiten beschouwing laten, maar toch slechts als een heel bijzondere gave Gods, niet aan iedereen gegeven.

Gods alomtegenwoordigheid. Gods alziend oog. In Brabantsche herbergen vroeger op vele plaatsen een oog Gods met de spreuk: God ziet ons, hier vloekt men niet. ln Carmelietenkerk te Mainz en Frankfurt het H. Aanschijn met allerlei spreuken, waarin gesproken wordt niet alleen over Gods neerzien op den mensch, maar ook gevraagd wordt, dat God met welgevallen en genade ons beschouwe. Vroeger nauw verbonden met het H. Lijden des Heeren de godsvrucht tot het H. Aanschijn. Doek van Veronica. Il sacro Volto van Lucca. Christus aan het Kruis niet slechts lijdend en stervend, maar tevens triomfeerend. Als ik van de aarde zal zijn opgeheven, zal Ik allen tot Mij trekken. Christus op het kruis als triumphator. Sinte Hulpe. Sint Ontcommer. Hendrik Mande zag Christus steeds bij zich en werd door de aanschouwing van den lijdenden Christus tot innerlijk leven gebracht. Van de bereydinge en vercieringe onser inwendighe woninghe. De H. Teresia spreekt ook van de ziel al[s] van een kasteel, waarin God in de innerlijkste vertrekken woont. In onszelve treden. Daar spreekt God met ons.

Een korten tijd en gij zult Mij zien en wederom een korten tijd en gij zult Mij niet zien, want Ik ga tot den Vader. Het is goed voor u, dat Ik heenga. Want als Ik zal zijn heengegaan, zal ik U een anderen Vertrooster zenden, den H. Geest, de inwoning zijner Genade. De inwoning Gods in ons is een wonderbaar mysterie.

Als die zon in ons hoog is opgegaan, is het zomer en rijpt de oogst, schitteren de bloemen.

God heeft ons van zijn tegenwoordigheid nog een teeken en een onderpand willen geven, het H. Sacrament des Altaars. Tenzij gij het Vleesch van den Zoon des menschen eet en Zijn Bloed drinkt, zult gij het leven in U niet hebben. Waarom dan zoo traag in de H. Communie. Wie Mijn Vleesch eet en Mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in Hem. In omni loco sacrificatur.[19] Dagelijks de H. Mis en de H. Communie. De schoonste oogenblikken van den dag, waarin de kracht gewonnen wordt voor heel den dag. Met God den dag beginnen. Iedere handeling ook met God beginnen. Even een kort schietgebed. En dat met zin. Bovendien een beeld van God voor U: een kruis, een H. Aanschijn. [7]

 

Zondag 9 uur: Gods plaats in de krant en op het Bureau. Bespreking.

De krant voorziet in een maatschappelijke behoefte, verricht een eigen functie in de maatschappij. Daarmede moet allereerst reke¬ning worden gehouden in de krant. Een moeder kan niet altijd bidden, een schoolmeester is geen theoloog, hoe verdienstelijk het bidden op zijn tijd voor een moeder is, hoe waardevol voor de maatschappij een theoloog is. Wij zijn een theologiseerend volk.

Het kan hier wel wat lijden, maar we moeten begrijpen, dat er in krant ook naar andere dingen wordt gevraagd dan naar godsdienstig nieuws of godsdienstige beschouwingen. Deze verwacht men op de eerste plaats van den priester en in de kerk en bij bepaalde gelegenheden. De krant is geen godsdienstig orgaan van een genootschap bijzonder ingesteld voor de bevrediging eener godsdienstige behoefte. De krant moet veel- moet alzijdig zijn. Maar niet overdrijven. Onder de tallooze onderwerpen is God ook een dat onze aandacht vraagt, bovendien alle onderwerpen ook onuitgesproken beheerscht. Gods plaats is groot, maar meer indirect. Beeld door God zelf in de natuur gelegd. God gaat schuil achter de krachten der natuur. God wil dat het geschapene zijn eigen werkzaamheid ontplooit en handelt overeenkomstig zijn natuur. Daarom moet de krant God aanbiddend, God erkennend en vreezend God toch dikwijls schuil laten gaan achter het zuiver menschelijke.

In bepaalde tijden, bij godsdienstige feesten, bij den strijd van de huidige goddelooze wereld tegen God moet de krant voor de eer van God opkomen en tegenover den slechten invloed den goeden plaatsen. De koning spreekt door zijn ministers, maar deze laat¬sten dragen de verantwoordelijkheid. Zoo komen de geschapen krachten in eigen zelfstandigheid naar voren, maar God moet achter hen worden gezien.

Veel grooter plaats moet God op het bureau hebben. Daar moet hij den Journalist bezielen. Deze moet van zijn hulp doordrongen zijn. Daar moet de liefde van den Journalist tot God tot volle uiting komen. De plaats van den Generaal is bij den Staf, bij de opperleiding. Vandaar worden de bevelen gegeven, elders uitgevoerd door zelfstandig optredende bevelhebbers. God moet de groote dirigent blijven van het machtig koor der journalisten. God moet de bron zijn van de groote stroomen van welsprekendheid. Wij moeten Gods woord spreken, telkens weer bij God te rade gaan bij wat wij zeggen en schrijven. In verbo tuo laxabo rete.[20] [8]

 

Maandag 10½ uur. Meditatie: Komt allen tot Mij die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken.

De aarde is een tranendal en voor velen is het leven niet gemakkelijk. Een straf voor de zonde. Erkenning van onze schuld. Nemen we het kruis en het lijden op ons om voor onze zonden uit te boeten. Gelukkig, dat we nog iets kunnen goedmaken. We zouden het niet kunnen, als O.L. Heer er ons niet toe in de gelegenheid stelde. Maar Hij heeft voor ons willen voldoen, maar zoo dat wij kunnen deelen in zijn voldoening, Hij door Zijn Lijden ons lijden heiligt en vruchtbaar maakt. De Protestantsche gedachte, dat Christus voor ons heeft voldaan en wij niets meer hebben te voldoen, is in strijd met Gods opvatting, die ons ook onze eigen werkzaamheid, onze eigen zelfstandigheid, onze eigen heiligmaking en verdiensten heeft willen schenken, zij het dan ook door zijn genade, d.i. met zijn medewerking en in de innigste vereeniging met Hem.

Wat heeft Christus niet geleden en hoe is Hij ons op den weg des kruises voorgegaan! Wie Hem volgt, wandelt niet in de duister¬nis. Maar Hij heeft ook gezegd: Wie mij volgt, hij neme zijn kruis op dagelijks en volge Mij zoo na. Qui sequitur Me.[21] Op een oud titelblad van de ‘Navolging’ een heele reeks Christenen, met een klein kruis beladen schrijdend achter Jezus, den grooten sterken Broeder beladen met een heel groot kruis.

Maar niet slechts heeft Jezus het kruis gedragen, Hij is er aan gestorven. En gestorven heeft de soldaat zijn Hart doorstoken. Tot Thomas zeide Jezus na de Verrijzenis: Ziet de wonden in mijn Handen en Voeten en leg uw hand in mijne Zijde. Wij moeten ook onze hand in Jezus’ Zijde steken en de diepte van Zijn liefde peilen. Godsvrucht tot het Lijdend Hart van Jezus. Bron van godsvrucht voor deze sombere donkere tijden van verminderde liefde.

Weest niet ongeloovig, maar geloovig. Wij weten, dat onze Verlosser leeft. Wie in Mij gelooft, zal leven in eeuwigheid. Hier op het H. Land worden we zoo herinnerd aan dat H. Lijden. Wij moeten hier wel heengaan met een versterking van ons geloof. Wij steken hier de hand in Jezus’ Zijde. Wij volgen hier morgen Jezus’ weg door het H. Land, roepen de hoofdmomenten in ons geheugen terug. Van Bethlehem gaan we naar Nazareth, van daar naar Jeruzalem en langs den kruisweg naar Golgotha. Christus is tot driemaal toe gevallen onder het kruis. Ook wij bezwijken soms maar met Jezus staan we weer op of liever door zijn val heeft Hij onzen val verzacht. Ja deze was de Zoon Gods. [9]

 

Maandag 3 uur Conferentie: Hieraan zal men erkennen, of gij mijne leerlingen zijt, of gij liefde hebt tot elkander.

De H. Joannes op het einde van zijn leven: Kinderkens, bemint elkander. Waarom datzelfde telkens weer? Het is het gebod des Heeren, wordt dit vervuld, dan is de geheele wet vervuld.

De eerste Christenen erkend aan de liefde: Ziet, hoe zij elkan¬der liefhebben. We zien het soms nog te negatief, dat we niet tegen de liefde handelen. Ik heb u gevraagd, of er een tekort aan liefde, aan zachtmoedigheid, aan nederigneid is. Thans roep ik u op, om u positief in te stellen op de liefde. Beminnen moet gij. Beminnen met de liefde van Christus. Hoc enim sentite in vobis quod est in Christo Iesu.[22] In de H. Communie een met Hem. Ik leef, neen, niet ik, Christus leeft in mij. Maar welke Chris¬tus? Herken ik in u Christus, gelijk Hij was ? Met Christus in uw hart moet gij zijn gevoelens in uw hart dragen en alle menschen beminnen. God laat zijn zon opgaan over goeden en kwaden. Als gij de zon ziet, denk aan dat goddelijk woord als een les van liefde. God is zoo goed voor ons geweest, moeten wij niet goed zijn voor onzen evenmensch, zooals Hij wil, dat wij zijn en gelijk Hijzelf het is. Niet alleen door ons het leven te schenken, maar ook door ons te vergeven. Moeten wij dan ook niet anderen helpen leven en anderen vergeven. Belangeloos. Om God alleen, om een met Hem te zijn, te beminnen gelijk Hij. God gaf en geeft zichzelf. Wij moeten ook onszelf geven, ons geheel wegschenken. Hoeveel heerlijke voorbeelden. Pater Damiaan in de missie der melaatschen niet alleen. Hoeveel offeren zich nog dagelijks. Hoeveel vragen God ziekte en dood om anderen gezond te doen worden. Het plaatsver¬vangend lijden is beroemd in de katholieke ascese en door honderden gevraagd en geleden. En hoeveel ontzeggen zich geliefde din¬gen, leiden een leven van boete en versterving om voor anderen te voldoen of hun bekeering te verkrijgen? Hoeveel moeders offeren zich voor man of kind? En wij, leden van het sterke geslacht? Hoeveel hebben wij voor een ander over. Er wordt veel gevraagd. Gelukkig er wordt ook veel gegeven. Maar het geven is soms een last, waar het een weldaad wezen kon. Op de Pausbusjes van het Genootschap der voortplanting des Geloofs staat: Wat deed Hij.

Wat doet gij? Niets moge ons te veel zijn, waar we anderen kunnen helpen, al was het onze dood.Majorem caritatem nemo habet quam qui animam suam dat pro amicis suis.[23] Dan zijn we God het meest gelijkvormig in leven en in dood. [10]

 

Meditatie op den Calvarieberg: Maria onder het kruis.

In den geest op Calvarie, de plaats van Jezus’ zoendood. Stabat juxta crucem Maria Mater ejus.[24] Wij met Maria onder het kruis, maar dan ook met dezelfde gevoelens.

Vol vereering en bewondering opzien naar Jezus. Zoo lief heeft God den mensch gehad. Openbaring van de hoogste, van goddelijke liefde. Deze is waarlijk de Zoon Gods. Wie kan grooter liefde toonen. Aanbidding en verheerlijking. ln den geest neerknielen. Akte van geloof. Welk een tegenstelling. Gestorven aan het kruis, begraven. Maar Hij zal verrijzen. Hij is God. In te Domine speravi.[25] Scio cui credidi et certus sum.[26]

Medelijden. Ween niet over Mij, maar ween over U en uwe kinderen. Maar de Kerk legt toch Maria de woorden in den mond: Zie of er een smart is gelijk aan mijne smart. Teresia zegt ook, dat als wij ons Jezus aan het kruis voorstellen, verlaten en bespot, het Hem dan aangenaam moet zijn, dat wij onze menschelijke gevoelens van medelijden openbaren en die Jezus aangenaam zijn. Hem toch nog iets aanbieden, ons medelijden, onze hulde. Met Maria Jezus tegemoet op den kruisweg om Hem niet alleen te laten, terwijl Hij voor ons den dood tegemoet gaat.

Deelen in zijn offer. Hij is een voorbeeld geweest. Wij moeten met Hem lijden, met Hem het offer opdragen. Maria wordt mede-verlosseres genoemd, omdat zij zoo volmaakt zich heeft aangesloten bij het offer van Jezus. God wil onze medewerking aan het verlossingswerk. Ook wij moeten mede-verlossers zijn, door onze boete en versterving, door ons lijden voor anderen, voor onze vijanden, voor allen, voor wie Christus heeft willen lijden, maar voor wie Hij toch ons gebed, ons offer blijft vragen.

Met Maria, als onze Moeder. Hier herinneren we ons levendiger de woorden. Kind ziedaar uw Moeder, Moeder ziedaar uw zoon. Wij kinderen van Maria. Onder het kruis haar openlijk toegewezen. Herinneren we ons steeds dat bijzonder oogenblik. Daar heeft Maria ons aangenomen. Onder het kruis hebben we elkander gevonden. Met Joannes, door Maria aangenomen. De Apostel van de liefde. Die begrepen heeft de les, door Christus aan het kruis gegeven en daarom heeft verdiend, de plaats van O.L. Heer bij Maria in te nemen en ons bij haar te vertegenwoordigen, omdat hij beter dan wie ook de liefde heeft doen wonen in zijn hart en daardoor op O.L. Heer heeft mogen gelijken. [11]

 

Maandag 9 uur: Het Huisgezin van den Journalist. Bespreking.

De Journalist neemt een eigen plaats in de maatschappij in.

Hooge boomen vatten veel wind. Men let op hen.

De H. Teresia zegt van de kloosterlingen, dat de wereld ons dwingt heilig te zijn. Iets dergelijks van den Journalist. Hij is met zijn huisgezin een voorbeeld. Doet naar mijn woorden. Doet naar mijn werken. Woorden wekken, voorbeelden trekken. ln de kleine maatschappij van het huisgezin allereerst trachten een goeden invloed uit te oefenen. Noblesse oblige.

Steunen van goede dingen, kerkbezoek, H. Communie. enz. enz. Verder de journalist ziet zijn liefde verdeeld tusschen zijn taak en zijn gezin. Waar liggen de juiste grenzen.

Men kan te veel journalist zijn. De huiselijke plichten mogen niet worden verwaarloosd. Vader in het gezin. Zoo de werkzaamheden inrichten, dat de huisvader huisvader blijft. Ook ten koste van offer. De werkzaamheid aan het blad mag althans geen voorwendsel zijn om zich aan huiselijke plichten te onttrekken.

Maar van den anderen kant mag de huiselijke kring vader niet onttrekken aan de werkzaamheden voor het blad. Zoo gemakkelijk als de liefde verdeeld wordt, de grenzen niet juist getrokken. Er moeten voor het bedrijf vaak offers worden gebracht. Vergaderingen worden bijgewoond, kranten gelezen. Dan is het wel eens zwaar, aan de opvattingen van vrouw en kinderen te weerstaan. Zich aan den invloed van het huisgezin te onttrekken.

Te meer omdat men zoo gemakkelijk in een sleur geraakt en men voor een keer wel eens het wat lichter kan nemen.

Het hooge ambt, de groote verantwoordelijkheid.

Het kruis in de huiskamer. [12]

 

Dinsdag 10½: Meditatie: De Verrijzenis des Heeren.

Stellen we ons in Gods H. Tegenwoordigheid. Stellen we ons Chris¬tus voor, die tot ons komt en zegt: Ik ben verrezen. ln al zijn heerlijkheid en glorie. Gij, kleingeloovigen. De Apostelen konden het haast niet gelooven en ook wij zien het vaak niet zoo levendig als goed voor ons zou zijn. ‘t Was dan toch waar. S. Thomas. Indien gij mijn woorden niet gelooft, gelooft dan om de werken, die ik doe. Verrijzens het groote geheim des Geloofs. Indien Christus niet verrezen was, zegt St. Paulus, ons geloof zou ijdel zijn. Geloof is ons zoo noodig. Wij hooren zooveel, wij lezen zooveel. We komen zoo licht in de ban van hetgeen we hooren en lezen. Laten we ons dikwijls Christus voorstellen: Ik ben verrezen. Hoe groote kracht dit is voor de leerlingen des Heeren, wisten reeds de Joden. Slapende wachters. Terwijl zij sliepen, namen de leerlingen Jezus weg, getuigden deze slapende wachters. Zoo is veler oog verblind en geloken, van wie zeggen, dat Christus niet verrezen is.

Maar Maria en Joannes, en de hoofdman en Jezus zelf, die hun ver¬scheen, overtuigden hen en zij getuigden van den Verlosser. En zij achtten zich gelukkig voor die belijdenis smaad te lijden. Men moet God meer gehoorzamen dan den menschen.

Veertig dagen bleef Jezus bij zijn Apostelen. Toen voer Hij op ten Hemel. Ik ga U een plaats bereiden. Wij gaan naar den Hemel. De Apostelen in de Opperzaal met Maria de Moeder des Heeren eensgezind en volhardend in het gebed. Opdat de geest Gods op hen nederdale. Wij ook zoo onder de bescherming van Maria biddend om den H. Geest, die ons alle waarheid leeren moge.

Kom, H. Geest, herschap mijn hart..

ln de kracht van den H. Geest zullen wij den verrezen Christus prediken. Door het beeld van de verrijzenis in ons geheugen terug te roepen zullen wij sterk zijn. Ego vici mundum.[27]

Zoo zullen ook wij de wereld overwinnen.

Maar eerst onszelve overwinnen.

Eerst zelf met Christus verrijzen.

Christus stond op uit eigen kracht. De kracht der Godheid.

Wij zullen opstaan en verrijzen, indien wij Christus in ons opnemen, Hem in ons laten leven. Zijn levenskracht zal ook ons doen opstaan tot een geheel nieuw leven. [13]

 

Dinsdag 2 uur: Conferentie: Nieuw Leven. Nieuwe vormen van Journalistiek.

Wij hebben ons weer trachten te vernieuwen. Nova facio omnia.[28] Met den verrezen Christus, den triumphator, zijn we opgestaan en willen nu met Hem een nieuw leven beginnen.

Wij hebben een oogenblik ons bezonnen op onze tekortkomingen. In ons eigen leven, in ons werk, in ons huisgezin, in onze maatschappelijke betrekkingen.

Nieuw verbond met God gesloten. Nieuwe menschen nieuwe wegen. Nieuwe vormen. Welk beginsel. Aanpassing aan de nieuwe maatschappelijke behoeften. Tempora mutantur et nos mutemur in ipsos.[29] Radio, Bioscoop. Telex, Concurreerende organen op allerlei gebied. Aanpassing, maar geleid door den geest van Christus. Geen materieele belangen op de eerste plaats, al mag men ze niet verwaarloozen, maar voor alles de eigen plaats innemen, voorzien in een behoefte. Dan geeft de maatschappij haar wederdienst.

Telkens opnieuw ons instellen.

Jong blijven en leerzaam voor de lessen van de Voorzienigheid. Liefde en offervaardigheid om het nieuwe te aanvaarden.

Liefde en offervaardigheid allereerst in het eigen leven.

Nemo orator nisi vir bonus.[30]

Telken dage staan we opnieuw op. Beeld van het leven. Elken dag opnieuw beginnen.

Als ge nog eens uw leven kondet beginnen. Ge begint elken dag opnieuw. Wij willen te veel de groote dingen. Qui spernit modica paulatim decidet.[31] Alle dagen een draadje is een hemdsmouw in een jaar. Steen op steen maakt het bouwwerk groot en hoog.

Officie van Kerkwijding: Urbs beata Ierusalem, dicta pacis visio, quae construitur in coelis vivis ex lapidibus … tunsionibus pressuris, expoliti lapides, suis coaptantur locis per manus artificis, disponuntur permansurae sacris aedificiis.[32] Baksteen is ons vaderlandsch fabrikaat. Wij moeten zelf de steenen maken en zoo geleidelijk bouwen.

Bouwmeester van het heelal, die de natuur zoo schoon, zoo heerlijk hebt gemaakt, frisch en iedere lente tot nieuw leven opgewekt, help ook ons om het gebouw onzer ziel, het kasteel onzer ziel, zijn eigen woonstee, den tempel van den H. Geest in volle heerlijkheid op te bouwen.

 


  1. Typescript (NCI OP 89.27), 13 pages. Every page shows notes for one conference of the retreat. On top of the first page is handwritten “H. Landstichting, Nijmegen”, refering to the location of the retreat.
  2. Cf. Ps 104:30
  3. Cf. Rev 21:5.
  4. Probably not a quotation.
  5. Cf. 1 Kgs 19:10.
  6. Cf. Aug. Tract 123.
  7. Cf. Matt 5:8
  8. Cf. 1 Kgs 19:11.
  9. Cf. 1 Cor 10:17
  10. See: Thomas Aquinas, Super Sent, I, d. 8, q. 5, a. 3 co. The phrase ‘unum actum habent’ is probably not a quotation..
  11. Phrase attributed to Cyprian.
  12. Cf. Matt 5:15-16.
  13. Cf. 2 Tim 4:2.
  14. Cf. 1 Cor 13. Known from the phrase: ‘in necessariis unitas, in dubiis libertas, in omnibus caritas’.
  15. Philosophical phrase. See: Thomas Aquinas, Summa Theologiae, I, q. 5, a. 4, ad 2.
  16. Cf. Sir 10:15 VUL.
  17. ’Lijden’ in the meaning of ‘leiden’.
  18. Cf. Phil 2:7.
  19. Cf. Mal 1:11.
  20. Cf. Luke 5:5.
  21. Cf. John 8:12.
  22. Cf. Phil 2:5.
  23. Cf. John 15:13.
  24. Cf. John 19:25.
  25. Cf. Pss 30:2; 37:16; 70:1.
  26. Cf. 2 Tim 1:12.
  27. Cf. John 16:33.
  28. Cf. Rev 21:5.
  29. Titus Brandsma makes a variation to the Latin phrase ‘Tempora mutantur et nos metamur in illos’.
  30. Cf. Quintilian, Inst. Or. 12.1.3.
  31. Cf. Sir 19:1.
  32. From Coelestis urbs Jerusalem, an old hymn in the Office of the Dedication of a Roman Catholic church.

 

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2022