Geestelijke lezing

1936

Encyclopedic entry


Lezing (geestelijke)

1936[1]


Lezing, geestelijke, is in het geestelijk leven de lezing van de H. Schrift en andere godsdienstige boeken, welke stelselmatig plaats vindt, 1⁰ als voorbereiding tot de overweging, 2⁰ als leidraad bij de overweging, 3⁰ als geestelijke onderrichting. Het is van groot belang, zich bij de overweging niet te zeer te verlaten op de oogenblikkelijke ingeving, maar deze voor te bereiden door over een bepaald onderwerp te voren iets te lezen en dit gelezene in de overweging te benutten. In vsch. kloosters wordt daarvoor vóór het uur of halfuur van de overweging een bepaalden tijd aangewezen, voor de morgen-meditatie des avonds te voren, voor de meditatie overdag een korte tijd onmiddellijk daaraan voorafgaand. In andere kloosters wordt de l. gedaan, met onderbreking, gedurende den tijd zelf voor de meditatie aangewezen. Er is geen bezwaar tegen, het boek met de stof ter overweging bij de overweging zelve nog te gebruiken, indien men maar niet de overweging in de l. doet opgaan en zich bepaalt tot l. met goede gevoelens. De overweging is een geestelijke oefening, welke van de geestelijke l. moet blijven onderscheiden en in waarde veel hooger dan deze staat.

Kan men echter moeilijk anders dan aan de hand van een boek mediteeren, dan is het gebruik van een boek ten zeerste aan te bevelen, mits men aan de hand daarvan inderdaad tracht tot overweging van het gelezene te geraken. Naast de geestelijke l. in verband met de meditatie is de geestelijke l. ook in het stelsel van het geestelijk leven opgenomen als een oefening dagelijks op gestelden tijd te verrichten om de noodige voorlichting en onderrichting in de practijk van het geestelijk leven te ontvangen. Naast de H. Schrift met de daarbij noodige verklaring komen vooral goede verhandelingen over het geestelijk leven in aanmerking, waarmede de levens van heiligen uiterst nuttig worden verbonden. Woorden wekken, voorbeelden trekken. Bij den overvloed van geestelijke lectuur, die, jammer genoeg, niet altijd even diep en rijk is, is het van zeer groot belang, voor de geestelijk l. een juiste keus te maken, waarbij de voorlichting van een geestelijk leidsman van hooge waarde is. Men leze met aandacht en trachte het gelezene te verwerken. Men leze dus niet te veel ineens. Men leze stelselmatig, leze een welgekozen boek uit en geve er [381]zich rekenschap van, of men het gelezene vruchtbaar maakt.

Brandsma



  1. Published in: De Katholieke Encyclopaedie, Vol. XVI. c. 380-381. The NCI preserves the typescript.


© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2019