Geestelijke verlatenheid

1938

Encyclopedic entry


Geestelijke verlatenheid

1938[1]


Verlatenheid, geestelijke. Een zeer gewoon verschijnsel in het geestelijk leven is, dat tijden van innige blijde godsvrucht worden afgewisseld met tijden, waarin de mensch zich in het verkeer met God uitermate verlaten en eenzaam gevoelt en slechts geloof en verstand kunnen doen volharden in de oefeningen van het geestelijk leven. Deze v. komt in den regel voort uit de natuurlijkerwijze wisselende psychische gesteltenis van den mensch, maar uit de levens van vele Heiligen is het duidelijk, dat ook God deze toestanden in den mensch te voorschijn roept om zijn deugd te beproeven en tot heldhaftigheid op te voeren. Niets is in dezen toestand beter, dan geloof en verstand boven gevoel en ervaring te laten spreken, zich geheel aan God over te geven en zoo mogelijk nog stipter en getrouwer te zijn in het verkeer met God en de oefeningen van deugd en godsvrucht. Om den mensch in dezen staat te troosten en te bemoedigen heeft Christus zelf deze v. willen ondergaan. Op zijn verzuchting "God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten" liet Christus echter volgen: "Vader, in Uwe handen beveel Ik mijn geest" en volbracht Hij in heldhaftige gehoorzaamheid zijn offer.

Brandsma.



  1. Published in: De Katholieke Encyclopaedie, Vol. XXIII., c. 365. The NCI preserves the typescript.


© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2019