Geestelijke zinnen

1938

Encyclopedic entry

 

Geestelijke zinnen

[1]

Geestelijke zinnen. Vooral in de Middelnederlandsche geestelijke literatuur wordt het woord ‘zinnen’ niet altijd gebruikt in de beteekenis van ‘zintuigen’, maar zeer dikwijls voor innerlijke, op de eerste plaats geestelijke vermogens van den mensch. ‘Bij zinnen zijn’ beteekent niets anders dan in het bezit zijn van geestelijke vermogens. In den regel onderscheidde men de drie: verstand, wil en ‘memoria’, welke laatste zoowel het verbeeldingsvermogen als het herinneringsvermogen omvat. Soms nam men den term iets wijder en sprak van ‘vijf sinnen’ ter aanduiding van begrip, verstand, wil, geheugen en verbeelding, waarbij dus de eerste en laatste der drie in twee werden onderverdeeld, als daaronder begrepen. Duidelijk is dit in Elckerlyc, waarin naast ‘Kennisse’ als geweten en ‘Vroescap’ als kalm beraad en rust des gemoeds, de ‘Vijf Sinnen’ staan als de samenvatting van de boven genoemde vermogens.

Brandsma

 


  1. Published in: De Katholieke Encyclopaedie, Vol. XXIV, c. 604. The NCI preserves the typescript.

© Nederlandse Provincie Karmelieten

Published: Titus Brandsma Instituut 2022