H. Maria, Moeder van Altijddurenden Bijstand…

1930

Introduction

 


H. Maria, Moeder van Altijddurenden Bijstand, maak, dat allen een zijn.

H. Jozef, Patroon der H. Kerk, bescherm ons en ons Apostolaat

[1]


Nog onder den indruk van de grootsche betooging tot eerherstel aan God voor de beleedigingen Hem aangedaan in Rusland, waar hem door satanische vervolging duizenden zielen, die Hij bemint en die Hij tot Zich wil trekken worden ontrukt, aan de zegeningen van zijn liefde worden onttrokken, zijn wij hier hedenavond samengekomen om naast de elementen van scheiding een oogenblik het oog te richten op de elementen van hereeniging.

Iets wonderbaars is in Europa gebeurd. God heeft nu reeds uit het kwaad het goed doen geboren worden. Zeker, wij betreuren, dat door den toeleg van een verblinde groep anderen, die ternauwernood zagen, worden misleid. De eene blinde heeft den andere geleid en in het verderf gestort. Maar zijn aldus velen in de duisternis gedreven, velen, zeer velen zijn de oogen opengegaan.

In het Russische volk groeit de reactie. Bewonderenswaardig is de moed en de liefde, waarmede duizenden, tienduizenden in den dood gaan voor den schat des geloofs. Tienduizenden, honderdduizenden zuchten in verdrukking, maar dragen hun leed in geduld en waardeeren iets voor God te lijden. Zien uit naar een verlossing uit den greep van Satan en vertrouwen op God. Ruslands kerk is niet dood. Christus zal haar als Lazarus doen verrijzen. Uit deze vervolging zal Ruslands kerk als eens die van Rome gelouterd opstaan.

En wat vroeger niet mogelijk was onder het strenge regiem der Czaren, van de verstaatschte kerk, zal als de woede der Gepoe zal zijn uitgewoed, mogelijk blijken, dat de Russen zich vereenigen met de kerk van Rome.

Van alle geloovigen richt zich thans de blik naar het Westen. Nooit is het Oosten, het geloovige Oosten, het Westen zoo na geweest. Nooit is de saamhoorigheid op zulk een wijze tot uiting gekomen. Men spreekt van het gevaar, dat het Westen uit het Oosten bedreigt, ik spreek van het heil, dat thans het Oosten van het Westen toekomt.

Aller hart is van deernis vervuld voor de Christenen in Rusland en wie helpen kan, zal hen helpen. Liefde is gewekt, liefde, die niet onbeantwoord zal blijven. En in de Christenen van Rusland zal het Westen intenser dan ooit alle Christenen van het Oosten in zijn liefde omvatten.

Nu is het de tijd om in aller hart liefde voor de verdrukte Kerk van het Oosten te wekken. Niet slechts in Rusland, maar over het geheele Oosten, want al ligt het Christenen er niet in ijzeren ketens als in Rusland, het ligt er in zilveren en gouden ketens, maar geketend is het. En nu [2] de drang naar bevrijding is gewekt, zal de drang der bevrijding zich niet tot Rusland bepalen , maar naar de bevrijding gaan van alle Christenen, die in het Oosten geketend liggen aan niet zoo gewelddadige, maar niettemin knellende banden.

Er is nog meer dat ons tot verheugenis stemt. Het is gisterenavond door de beide predikanten het luidst gezegd, hoe treffend de hereeniging is geweest in deze dagen van alwat God nog lief heeft. Wij zijn weer samengekomen op den grondslag der Godsgedachte en wij hebben weer geestdrift in het hart gevoeld, omdat ons de schat, God te kennen en te beminnen, geschonken is. Er is in onze oude stad weer een waardeering gewekt voor den godsdienst als zoodanig als zich maar zelden openbaart. En we hebben ingezien, dat in de eenheid een groote kracht gelegen is. Wij hebben als het ware in ons een heimwee gevoeld naar toestanden in ons vaderland, waarin wij allen een waren. En hoe schoon onze actie was gisterenavond, hoe heerlijk het was om als minnaars en dienaars van God samen te komen en Hem samen eerherstel te brengen, het moest toch zoo geschieden met ingehouden stem. Wij konden ons niet geheel geven, we konden ons niet uitleven in onze uiting van Godsliefde en liefde tot den mede-Christen in Rusland, omdat we daar waren met velen, die hoezeer in de waardeering van den godsdienst als zoodanig eensgzind, met betrekking tot den vorm daarvan niet dan een zeer gereserveerde houding konden aannemen. En zij hebben met ons dat heimwee gevoeld en over allen moet de bede zijn gekomen van Jezus in het Laatste Avondmaal, ach, dat wij een waren. Het heeft in ons hart de hoop doen herleven, dat de velen die buiten de Kerk staan, weer het verlangen naar het Vaderhuis zullen gevoelen en weer sterker den drang tot hereeniging met de Kerk, waarvan zij werden afgescheurd, zullen volgen. Het heeft in ons hart zoowel als in het hart van honderden andersdenkenden het Apostolaat der Hereeniging een nieuwe en grootere plaats doen inruimen. En al mogen zich allen van de strekking van dit Apostolaat niet dezelfde voorstelling hebben gemaakt, we mogen vertrouwen, dat de zucht naar hereeniging ook den juisten weg, den waren, den eenigen weg daartoe zal doen kennen. Wij allen zijn niet alleen de Kerk in het Oosten nader getreden, wij zijn ook elkander in het Westen nader gekomen.

Zie, dit dubbele goed heeft de geloofsvervolging in Rusland reeds gebracht. God, die begonnen is, uit het kwaad het goed te oogsten, zal naast het kwaad, dat zijn gang gaat, ook het goede doen gedijen en groeien tot de oogst er zijn zal. [3]

Als er dan maar werklieden zijn voor den oogst om het goede zaad te oogsten. Hier heeft het Apostolaat der Hereeniging nog een taak te vervullen, een taak van bidden en werken. Het gebed moet heel dezen arbeid schragen en vruchtbaar maken. Maar daarnaast moeten wij de daad onzer toewijding stellen. Elk moet doen, wat hij kan, om tot het schoone, dat God uit deze vervolging wil doen geboren worden, het leven te schenken.

Verblijdend is het, hoe alom de geestdrift voor het Apostolaat herleeft. Weet Gij, dat reeds driehonderdduizend kinderen alleen in Nederland dagelijks God bidden voor de vervolgden van Rusland. Dat gebed zal de grondslag zijn van hun laeteren arbeid voor ditzelfde doel. Wij voegen ons gebed bij dat dier honderdduizenden kindertjes, maar wij kunnen en moeten en zullen meer doen.

Ik ben blijde hier hedenavond weder bij U te mogen inleiden een nieuwe kracht in onze beweging te Nijmegen. Nauwelijks in de stad, of reeds werd blijk gegeven van belangstelling in ons werk, steun en medewerking toegezegd door den Zeereerwaarden Superior der Heeren Lazaristen, Pater Dr. Haest en met verlof van zijn hoogeerw. Pater Provinciaal zal hij den tijd, die zijn andere bezigheden hem nog vrijlaten gaarne wijden aan ons Apostolaat. Toegetreden tot de Redactie der Mededeelingen van het Apostolaat en tot het Comite voor Tentoonstellingen zullen we spoedig in Pater Dr. Haest een der meest actieve leden van ons Apostolaat mogen begroeten. Ik heet hem hier van harte welkom in onzen kring en spreek den wensch uit, dat zijn voorbeeld vele anderen tot ons Apostolaat moge voeren.

Wanneer ik hem hier bij U inleid mag ik wel ook een woord van hulde spreken aan de Congregatie, waarvan hij hier te Nijmegen de plaatselijke Overste is, omdat zijn Congregatie een der Orden en Congregaties is, welke zich op zeer bijzondere wijze onderscheidt in het Hereenigingsapostolaat. Ik zal niet vooruitloopen op het geen hedenavond door hem zelven zal worden meegedeeld over het werk zijner geestelijke Broeders in Syrie, in Perzie in Abessynie. Het zal U met bewondering en tegelijk met vertrouwen vervullen. Geleid door het heerlijk vcorbeeld van een H. Vincentius die geheel verteerd werd van liefde tot den evenmensch, is deze Congregatie met warme liefde uitgegaan ook naar de verdrukte Christenen in het Oosten en naast de vele werken van liefde is door hen ook het Apostolaat der Hereeniging gezien als een Apostolaat van liefde.

In Pater Dr. Haest heet ik dan ook in onzen kring al zijn medebroeders in Nijmegen welkom. Hun komst zal ons Apostolaat ten zegen zijn. [4]

Alvorens aan Pater Dr. Haest het woord te geven, moet ik nog eenige mededeelingen doen.

1. Voortaan zullen de Mededeelingen van het Apostolaat aan alle leden per post worden toegezonden. De verzending geschiedt kosteloos. De Mededeelingen verschijnen 4 keer in het jaar.

2. Bij het Secretariaat zijn nog eenige boeken verkrijgbaar, waarin men zich een juist denkbeeld van het Apostolaat kan vormen. Het mooiste en volledigste is het nieuwste van Prof. Dr. Alphons Mulders Naar de Eenheid, waarover gisteren nog zulk een vleiend getuigenis van Zijne Eminentie Kard. van Rossum in de dagbladen stond.[2]Het andere is het Verslagboek van het eerste Congres in Den Haag.[3]

3. Tentoonstelling in de zaal van van Eupen van liturgische gebruiksvoorwerpen en kerkgewaden, boeken en platen uit de verschillende Oostersche ritussen. Medewerking voor deze tentoonstelling is verkregen van de Paters Benedictijnen der Hereeniging te Amay, de Redemptoristen in Antwerpen, de Dominicanen in Rijssel, de Assumptionisten te Boxtel en de Heeren Lazaristen te Nijmegen. Pater Fredegandus O.Cp. De heer Joan Collette, de heer Piet Kok te Breda. Prof. Mulder en Prof. Franses hebben bovendien hun medewerking en steun en leiding beloofd.

Ten gelegenheid daarvan zullen ook eenige Conferenties worden gehouden, een o.a. door den heer Collette over de Oostersche Kunst met een schat van de heerlijkste beelden. Allen zullen zich nog de lezingen herinneren van den heer Paris. De verzameling platen, waarover de heer Collette beschikt is nog rijker en geeft een systematisch beeld van het heerlijk schoone dat de godsdienstige gedachte in het Oosten heeft doen scheppen door godbegenadigde kunstenaars.

Verder een Fransche Conferentie van den beroemden Franschen conferencier, den Rector van de Russische school te Rijssel den Dominikaan Pere Omez.

Met verlof van Z.D.H. Mgr. Diepen zal deze, die voor het werk der Hereeniging met vele Ordebroeders tot den Oosterschen ritus is overgegaan, ook een plechtige gezongen H.Mis volgens den Slavischen ritus celebreeren. Het ligt in de bedoeling dit met Beloken Paschen te doen plaats hebben, doch hierover worden nog nadere mededeelingen gedaan.[4]



  1. Typescript (NCI OP94-8), 4 pages. Introduction by Titus Brandsma as chairman of the study club of the ‘Apostolaat der Hereeniging’ (Apostolate of Reunification), section Nijmegen, to a speech by Father Dr. Haest c.m., Nijmegen 28 March 1930. See also: De Tijd 31-03-1930 p. 2
  2. A. Mulders, Naar Kerkelijke Eenheid. Een inleidende studie op het hereenigingsvraagstuk, ’s Hertogenbosch 1930. See also: Nieuwe Tilburgsche Courant, 28 March 1930, p. 10.
  3. Apostolaat der Hereeniging, Verslag van het congres voor de hereeniging gehouden vanwege het Comité 's-Gravenhage van het Apostolaat der Hereeniging, The Hague 1928.
  4. About this third announcement, see also: Hereenigingsdagen Nijmegen 26-27-28-29 April 1930


© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2021