Het beeld van Onze Lieve Vrouw te Bolsward

1918

Article


Het beeld van Onze Lieve Vrouw te Bolsward.

Door P. Dr. Titus Brandsma, Ord. Carm, Oss.[1]

Het beeld van Onze Lieve Vrouw te Bolsward


Toen in 1580 de soldaten van Bronkhorst te Bolsward niet slechts hun roofwoede, doch ook hun woede tegen alwat paapsch of Roomsch was, koelden en met ruw geweld losstormden op de beelden en heiligdommen van de groote Sint-Martinuskerk en van de kleinere kerk der Paters Minderbroeders – nog heden zien wij hun werk aan de schoone koorbanken in het priesterkoor der Groote Kerk – toen, het spreekt wel vanzelf, toen was ook het bekende beeld der Lieve Vrouwe in de kapel der Mirakelen niet veilig. Deze kapel lag over het water van de Kampenhaven op den [38] [39] hoek, welken de straten naar de twee kerken, de Kerkstraat en de Broerenstraat, met elkander maken. Vijftig jaar geleden is, jammer genoeg, de oude kapel gesloopt. Reeds bijna driehonderd jaar was er geen godsdienst meer in uitgeoefend. Lang had men ze nog gebruikt als Latijnsche school, totdat men in 1868 maar besloot ze af te breken. Het is, of wist men niet eens meer, dat zij eertijds de grootste roem van Bolsward was, een plaats, waarheen, zooals ons een kloosterling van het klooster Thabor bij Sneek, Petrus Thaborita, in 1520 mededeelt “veel volkes reyst…..in die omdracht onser lieven Vrouwen”, waarheen, naar Winsemius, “uijt vele plaetsen groote toeloop gheschiede”.

In 1580 nam die vereering een einde, doch gelukkig niet voor goed.

De laatste schrijver verhaalt ons dat het beeld met het andere huisraad der kapel in het vuur werd geworpen en verbrand. Waarschijnlijk had men voor de kapel op straat een vuur ontstoken om aldus ter plaatse zelve dat ergerniswekkend tuig der Roomsche religie tot asch te doen verteren.

De overlevering spreekt ook over zulk een vuur, doch schrijft het beeld een bijna wonderbare redding toe. De Sint-Franciscuskerk te Bolsward bewaart nog heden een oud Lieve-Vrouwenbeeld, dat men te Bolsward steeds hield voor het beeld uit de Kapelle der Mirakelen in de Broerenstraat. Het vertoont sporen van verbranding, hoewel niet vele. De overlevering verhaalt ons, dat het beeld – wellicht omdat men er, om het stuk te slaan en zoo beter te doen branden, met een bijl op sloeg, door de hardheid van het hout – wegsprong uit het vuur en terecht kwam in het water. Dit water was dan hoogstwaarschijnlijk de Kampenhaven.

Zoo bewaarde God het beeld.

Een schipper vond het in den onderwal van een der stadsgrachten en stelde er den Pastoor van in kennis. Deze haalde het in alle stilte op en zoo bleef het tot heden in het bezit der Sint-Franciscuskerk.

Ik zeide zooeven, dat de kapel later werd veranderd in een Latijnsche school. Gelijk Ds. van der Meulen schrijft en wellicht de oudsten der stad zich nog herinneren, stond boven den ingang het opschrift: “Hic sophiae, hic alma Minerva tenellis castalias propinat aquas Heliconis alumnis”, door P. Kronenburg vrij vertaald: “Hier is de zetel der wijsheid, hier dient de voedende Minerva aan hare teedere voedsterlingen de castalische wateren van den Helicon toe.”

Is het niet merkwaardig, dat het beeld der Lieve Vrouwe, dat volgens de overlevering eens vereerd werd in dit gebouw, Maria voorstelt als de “Sedes Sapientiae”, op wier schoot de eeuwige Wijsheid zetelt? Het is, of stond in den voormuur der kapel weleer een ander opschrift, dat slechts enkele wijzigingen noodig had om te passen bij de nieuwe bestemming, aan het gebouw gegeven. Dit is echter slechts een gissing. Het bewaarde beeldje geeft er niettemin grond voor.


Hoe oud de vereering van het Ma- [40] riabeeld is, kan bij gebrek aan documenten, niet worden vastgesteld. Zeker klimt zij op tot het begin der 16de eeuw. In 1520 immers schrijft, gelijk ik boven aanhaalde, Petrus Thaborita, dat er “veel volkes reijst te Boelswer in die omdracht onser lieven Vrouwen”. Bijzondere gebedsverhooringen, om niet van wonderen te spreken, beloonden het vertrouwen, waarmede men naar Bolsward toog. Winsemius noemt het beeld ”tantae famae et tot miraculis, ut scriptores tradidere, celebratam”, hetgeen wil zeggen, dat hij bij vele schrijvers las, hoe het beeld in hooge eere werd gehouden en door veel wonderen werd verheerlijkt.

Het hoogfeest der vereering was de eerste Zondag na Pinksteren, waarop wij thans het feest vieren der allerheiligste Drievuldigheid. Lang bleef die dag een dag van groote godsvrucht voor de Roomschen van Bolsward. Zestig jaar geleden werd op dien dag nog steeds “Maria-Omgang” gevierd. Pater Kronenburg, wiens schets in “Maria’s Heerlijkheid in Nederland” wij hier in hoofdzaak volgen, verhaalt ons, dat op dien dag bijna alle parochianen ter H. Tafel naderden. Het beeld der Lieve Vrouwe, allen Bolswarders welbekend, stond toen nog niet voortdurend in de kerk. Maar op dien dag kreeg het een eereplaats op het met bloemen versierde Maria-altaar.

Nu staat het altijd daar en het is nog niet zoo lang geleden, dat een mooi zilveren troontje geschonken is aan het Romaansch-Byzantijnsche beeldje. Het voetstuk past in zijn Renaissance-vormen wel niet zoo mooi bij de gothische lijnen van den troon, doch wellicht voegt een milde hand nog eens een mooi voetstuk aan het schoone troontje toe. Intusschen mogen wij ons verheugen, dat het beeld weder een vaste plaats in het kerkgebouw ontvangen heeft, zoodat elkeen voor den troon der Lieve Vrouw, den Zetel van de Wijsheid, raad en steun kan vragen. Hopen wij, dat de oude vereering geleidelijk weer geheel herleve en ook de oude processiedag in eere wordt hersteld. Het zou een zege zijn voor Bolsward, door Maria uitverkoren als de plaats, waar zij eens bijzondere vereering wenschte en beloonde. Doch niet alleen voor Bolsward, neen, ook voor de omstreken. Men noemt het beeld: “Onze Lieve Vrouw van Zevenwouden”, omdat men oudtijds vooral van deze streken, het Zuid-Oostelijk kwartier van Friesland, naar Bolsward kwam om Maria te vereeren. Zullen zij, zal heel Friesland achterblijven, als Bolsward Maria weer de oude eere geeft? Heel Friesland moet weer komen voor den troon van de “Zetel der Wijsheid” te Bolsward om raad in de moeilijkheden van het leven.

Zij is onze Patrones. Moge zij ons altijd raden en wij haar raad ook volgen.



  1. Published in: Carmelrozen, Vol. VII, June 1918, p. 37-40.


© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2019