Hulp in gevaar

1915

Article

 


Hulp in gevaar

Door T. B.[1]


In het voorjaar van 1906 werd de wereld opgeschrikt door hernieuwde uitbarstingen van den Vesuvius. De gloeiende lavastroom, die uit de kraters van den berg opwelde, scheen niet tot stilstand te komen, steeds verder breidde hij zich uit over de schoone velden en wijngaarden van het Napolitaansch gebied. Ook Torre Annunziata, een stad aan de kust niet ver van Napels, werd bedreigd. Reeds eenmaal, in de vorige eeuw, was het door de lava bedreigd, doch tegen alle verwachting in was het voor den ondergang bewaard. Zoo buitengewoon was die redding uit het dreigende gevaar, dat de bewoners der stad hun redding jaarlijks op den 22sten October als een feestdag vierden. 8 April 1906 ontkwam het opnieuw aan hetzelfde gevaar en weder was het de machtige hand der H. Maagd, die het gevaar afweerde. Reeds vijf dagen was er een benauwende aschregen gevallen, toen plotseling den 7den April een hevige uitbarsting volgde. Vijf gapende vuurmonden openden zich aan den voet van den berg en gaven den vrijen loop aan geweldige lavastroomen, die een weg zochten naar de stad. De soldaten bevalen den bewoners in allerijl voor dien naderende vuurgloed te vluchten, want met een snelheid van 7 meter per minuut kwamen de golven nader, alles, zelfs de huizen verbrandend en verterend.

Een deel der bevolking vluchtte echter niet. Het begaf zich naar de kapel van Onze Lieve Vrouw ter Sneeuw, nam er het beeld van Maria mede en trok nu in processie, vol geloof en onverschrokken, den vreeselijken stroom tegemoet. De generaal, die het commando voerde over de troepen, die ter bescherming van Torre Annunziata waren gezonden, poogde tevergeefs de bevolking tegen te houden. Of hij hun al zeide, dat zij zich blootstelden aan het gevaar levend verbrand te worden, zij vervolgden hun weg, terwijl zij luide baden. Ziende, dat zijn raad en bevelen hier nutteloos waren, volgde de generaal de processie, geleid door de gedachte, dat hij de menschen misschien nog zou kunnen helpen.

De lava was reeds genaderd tot het kerkhof der stad. De dragers van het beeld plaatsten dit op zoo dichten afstand van het vuur, dat het onmiddellijk door rook omgeven, aan hun oogen was onttrokken. Maar even [167] onmiddellijk nam de lava, die over het glooiend bergland snel naar beneden kwam, een andere richting; de gloeiende stroom sloeg eensklaps links af en ging met een rechten hoek weer omhoog het bergland op; 400 meter van den gemaakten hoek kwam de stroom tot staan. Nu bracht men het beeld der H. Maagd ook tegen de andere stroomen in, alle bleven staan zonder zelfs een hoek te maken. Het is onmogelijk de vreugde en de begeestering te beschrijven, welke zich bij het zien hiervan van de bevolking meester maakten.

Daar men het beeld niet meer in de kapel kon terugbrengen, wijl deze was verwoest, plaatste men het in de open lucht op een troon. Dag en nacht was het omgeven van een schare menschen, die allen voor het beeld der Lieve Vrouw hun dankbaarheid wilden betuigen. De generaal was door hetgeen hij aanschouwd had zoo getroffen, dat hij een prachtigen ring, dien hij droeg, van zijn vinger trok en ophing aan den arm der H. Maagd. Een dame sierde het beeld met hare juweelen en beloofde tot teeken harer dankbaarheid geen juweelen meer te dragen.

Nog een opmerkelijk feit vergezelde deze wonderbare gebeurtenissen. Het was alsof God in het beeld zelf de herinnering aan het groote wonder wilde bewaard zien. Hoewel het glas, voor het pleisterwerk aangebracht, niet eens was gebarsten, konden toch allen zien, dat de rechterhand der H. Maagd en één voet van het Kindje Jezus sporen van verbranding droegen. Men zeide dan ook, dat de Madonna de lava met haar hand op zij had geduwd en het Kindje ze met een schop had weggedreven.

De bewoners van Torre Annunziata wilden God openlijk dank brengen voor zijn goedheid. Op Paaschdag vastten allen als op Goeden Vrijdag en hielden zij een groote dankprocessie, waaraan 30.000 menschen deelnamen. Velen bekeerden zich en vroegen God vergiffenis voor de godslasteringen tegen Hem uitgesproken en voor hun slecht gedrag; Maria had de stad behouden niet alleen, doch ook tot Jezus teruggebracht.


  1. Published in: Carmelrozen, Vol. IV, Nov. 1915, p. 166-167.

© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2020