Inleiding. Werken der H. Teresia III

1926

Book introduction

 


Inleiding

[1]


De Weg der Volmaaktheid en Het Kasteel der Ziel zijn twee werken der H. Teresia, waartoe de Inleiding kort kan zijn.

Het zijn twee werken dezer groote mystieke Heilige, meer dan welke andere over de geheele wereld gekend en op prijs gesteld als veilige gidsen op den weg van vereeniging der ziel met God. Het Boek van haar Leven en Het Boek der Kloosterstichtingen, welke als deel I en II dezer Uitgave verschenen, ook zij genieten verdienden roem, doen ons de Heilige kennen in haar innerlijk en uiterlijk leven als een toonbeeld van Gods uitverkiezing en menschelijke medewerking, samen voerend tot dat hooge mystieke leven, dat wij met bewondering en verrukking in haar gadeslaan. Haar geschiedenis is een leerschool tevens.

Maar de Heilige heeft zich ook nog willen nederzetten om uitdrukkelijk en stelselmatig te leeren, waarvan haar geschiedenis reeds de wel klare en meesleepende, maar minder stelselmatige leermeesteresse is.

Voor hare Zusters in het klooster en voor degenen, die haar omringden, moge de leer in de twee hier geboden werken neergelegd misschien haast overvloedig zijn geweest, omdat zij dagelijks genoten van het levend woord, dat in dienzelfden geest tot haar sprak in woord niet alleen, maar ook in voorbeeld; zij liet deze geschriften na als een kostbare erfenis, welke haar op deze wereld haar roeping deden voortzetten, toen reeds haar ziel, daaraan ontvloden, de eeuwige schouwing zonder sluier of beeld deelachtig was geworden. Een wel kostbare erfenis gaf ons de Heilige in die twee werken, een erfenis waard, met blijdschap aanvaard te worden.

Van deze blijde aanvaarding mogen wij intusschen zeker zijn. Lang heeft dit derde deel op zich laten wachten. Allerlei omstandigheden vertraagden het verschijnen. Dit goede heeft die vertraging gehad, dat zij duidelijk tot uiting heeft doen komen, hoezeer men de verschijning op prijs stelde. Brieven uit binnen- en buitenland brachten teekenen van ongeduld, drukten uit, dat men van alle werken der Heilige deze twee allermeest verlangde.

Het is dan ook water naar de zee gebracht, den roem van deze twee meesterwerken der Katholieke mystieke literatuur te verkondigen ter inleiding van dit derde deel dezer Teresia-uitgave.

Zij spreken zoo luide voor zichzelve, dat volstaan mag worden [XII] met het woord, dat Sint Augustinus hoorde als de stem van God en allen, die deze werken ter hand nemen, ook als een stem van God in de ooren moge klinken als een bewijs van zijn uitverkiezing en begenadiging: “Neem en lees”.

Moge de lezing van deze werken, door Gods hand meegeschreven, allen voeren, waartoe de kennis en beoefening er van de H. Teresia gevoerd heeft en na haar nog zoovelen, niet slechts in de Carmelitessenkloosters, maar ook daarbuiten, zelfs in het drukke gewoel der wereld.

Het is bekend, dat de werken der H. Teresia reeds vele zielen den weg der volmaaktheid, door haar zoo meesterlijk afgebakend, hebben doen inslaan en ten einde doen bewandelen, en dat de bewandeling van den door haar gewezen weg ter verinnerlijking van ons geestelijk leven die zielen de heerlijkheid heeft doen kennen van het Kasteel, dat zij in zichzelve ronddragen als het Verblijf van den grooten Koning, dien zij er vonden, als zij in hun gebed tot het diepste van hun ziel geroepen werden door te dringen en naar die stem luisterend God zochten, waar Hij het dichtste bij ons is. Beschouw het als een voorrecht, dat gij dit boek moogt lezen en verstaan.

Verstaan. Gij vreest, dat dit verheven werk van mystieke literatuur door u niet verstaan wordt. Gij zoudt het haast ter zijde leggen, ongelezen.

Voor wie schreef de Heilige dan deze werken?

Voor hoog-geletterden?

Voor een groep zeer eenvoudige, betrekkelijk weinig ontwikkelde, binnen enge kloostermuren opgesloten kloosterzusters, onbekend met wat de wereld wijsheid noemt.

Zij was het zich voortdurend bewust, dat zij schreef voor schoolsch-niet-gevormde medezusters en haar talent veroorloofde haar, daarmede steeds rekening te houden.

Zij begrepen haar.

Dit zij een bewijs, dat hare werken, hoe verheven ook, het bevattingsvermogen ook van een ongeletterde niet te boven gaan, mits vervuld wordt deze ééne voorwaarde, aan welke de beginneling in de school der mystiek moet voldoen: liefde, ware, oprechte, vurige liefde tot God. Wie, omdat hij God bemint en steeds meer wil beminnen, dit boek ter hand neemt, hem heeft God het begrip [XIII] daarvoor gegeven.

De Weg der Volmaaktheid schreef de Heilige tweemaal. Het eerste handschrift wordt nog heden bewaard in de bibliotheek van het Escuriaal te Madrid. Hoe waardevol dit HS. zij, wij mogen het niet als den definitieven tekst der Heilige beschouwen, omdat zij er later nog een verbeterde bewerking van gaf. Deze tweede bewerking is ons eveneens bewaard gebleven. Het klooster der Carmelitessen te Valladolid bewaart het als een kostbare relikwie.

Nog tijdens het leven der Heilige en als onder haar toezicht werd van deze laatste bewerking, behalve andere afschriften, ook een afschrift gemaakt, thans bewaard in het Carmelitessenklooster te Toledo, door de Heilige nagezien en verbeterd. Over de authenticiteit dezer verbeteringen is veel getwist, doch het getuigenis van Ribera, het nauwkeurig onderzoek van het schrift, waarover in het klooster een uitvoerig proces-verbaal bewaard wordt, maakt het voor verreweg de meeste verbeteringen wel zeker, dat zij van de Heilige stammen. Dit afschrift heeft nog te meer waarde, omdat het blijkbaar werd vervaardigd op aandringen van Mgr. Don Teutonio de Braganza, bisschop van Evora, die daarnaar het werk met verlof der Heilige in druk wilde doen geven. De verbeteringen hebben dus de beteekenis van een persklaar maken van een geschrift, dat oorspronkelijk slechts voor de medezusters der Heilige werd vervaardigd. De druk zelf verscheen eerst na den dood der Heilige en wij hebben geen voldoende aanduiding, dat zij nog voor een gedeelte de drukproeven heeft gezien.

Wij hebben lang overwogen, welke tekst aan onze vertaling ten grondslag moest worden gelegd. Toepassing van de methode, o.a. gevolgd in de overigens zeer verdienstelijke Engelsche uitgave van de Werken der H. Teresia door de Benedictinessen van Stanbrook, om de onderscheiden teksten met elkander aan te vullen, scheen ons niet in overeenstemming met de bedoeling der Heilige. Hetgeen de Heilige in het Hs. thans bewaard in het Escuriaal, weliswaar eigenhandig schreef, maar in de tweede bewerking, in het Hs. bewaard te Valladolid, wel overwogen wegliet, moet o.i. niet opnieuw in het werk worden ingevlochten. Het moge van eerbied getuigen voor haar woord, zoo men ook die weggelaten gedeelten mede-opneemt, men moet ook eerbied hebben voor hare verbetering. Evenmin komt het ons juist voor, op te nemen, wat de [XIV] Heilige blijkbaar zelve schrapte in het Hs. van Valladolid en dat dan ook niet werd opgenomen in het afschrift, bewaard te Toledo, door de Heilige zelve verbeterd. Iets anders is het, wanneer het verbeteringen geldt, door andere hand aangebracht, al mogen we ook die verbeteringen niet geheel buiten beschouwing laten, omdat de Heilige zelve hare geschriften gaf aan enkele godgeleerden, in wie zij volle vertrouwen stelde, opdat zij daarin de verbeteringen, welke zij noodig achtten, zouden aanbrengen. Omdat het eenigzins moeilijk is, van alle verbeteringen, welke zij noodig achtten, zouden aanbrengen. Omdat het eenigszins moeilijk is, van alle verbeteringen in het Hs. te Toledo uit te maken, of zij van de hand der Heilige zijn, hebben wij, na rijp overleg, gemeend het best te doen, het eigen Hs. der Heilige van de tweede bewerking tot grondslag dezer vertaling te nemen, het Valladolidsche Hs., doch aan den voet der bladzijde steeds aan te geven, welke veranderingen en verbeteringen in den tekst van dit Hs. nog zijn aangebracht in het afschrift te Toledo. Op die wijze werd naar onze meening de meeste waarborg verkregen, dat we vertaalden in den geest der Heilige, die toch ook nog zelve verbeteringen toevoegde aan een afschrift naar het Hs. van Valladolid.

Konden we dl. I en II alsook in dit derde deel Het Kasteel der Ziel vertalen naar een fotografische uitgave van het oorspronkelijke Hs. der Heilige, verduidelijkt door de zorgvuldige uitgave der Spaansche Ongeschoeide Carmelieten, voor De Weg der Volmaaktheid bestaat nog slechts een dusdanige uitgave, in 1883 bezorgd door Don Francisco Herrero Bayona naar het Hs. van het Escuriaal. Wij bezitten echter in dl. III der bovengenoemde Spaansche uitgave een zorgvuldig uitgegeven tekst van alle drie genoemde Hss. na elkander (Burgos, 1916). Naar deze uitgave, wel de beste, maakten wij de vertaling.

Een groote moeilijkheid levert voor De Weg der Volmaaktheid in de Hss. en verschillende uitgaven de nummering der Hoofdstukken op. In de tweede bewerking maakte de Heilige een geheel andere indeeling van Hoofdstukken en bracht zij dezer getal van 73 terug tot 42. Een verwijzing naar een uitgave volgens het Hs. van het Escuriaal klopt dus niet met een verwijzing naar een uitgave volgens dat van Valladolid. Hier komt nog bij, dat de Heilige in het Hs. van Valladolid Hoofdstuk IV en V later vereenigde zonder de volgende Hoofdstukken anders te nummeren, zoodat Hoofdstuk VI in dit Hs. eigenlijk Hoofdstuk V is en in onze uitgave [XV] ook als Hfdst. V is aangegeven. Dan scheurde de Heilige later nog Hfdst. XVII geheel uit zonder ook daarna de nummering der andere Hoofdstukken te verbeteren. Hiermede is er na Hfdst. XVII een verschil van 2 in de nummering der Hoofdstukken. Volgens den tekst eindigt dit Hs. met Hfdst. XLIV, terwijl dit Hfdst. In werkelijkheid Hfdst. XLII is. Vgl. in onze uitgave de noten op blz. 17, 19, 24, en 63.

Wij maken hier ook nog opmerkzaam op een aanwijzing in Hfdst. XI van het Hs. van het Escuriaal, waardoor dit eigenlijk in twee Hoofdstukken moet worden gesplitst. Dit is in sommige uitgaven gedaan, zoodat het aantal Hoofdstukken daarin 74 bedraagt en de verwijzing naar verdere Hoofdstukken dan het elfde één verschilt. Vgl. noot op blz. 36 en 40.

Aandacht verdient ook nog, dat het in onze bedoeling ligt, in het laatste, zevende deel onzer uitgave, waarin de kleinere geschriften der Heilige worden opgenomen, ook op te nemen, wat om een of andere reden door de Heilige in de tweede bewerking uit de eerste niet werd overgenomen o.a. de bekende vergelijking van het gebed met het schaakspel, enz. Al meenen wij ze niet in een uitgave van De Weg der Volmaaktheid een plaats te mogen geven, omdat de Heilige ze zelve wegliet, ze blijft een treffend beeld ons door de Heilige gegeven en buiten verband met De Weg der Volmaaktheid zeker alle aandacht waard. Hetzelfde geldt dan vele andere plaatsen. Vgl. de noten op blz. 22, 55, 63, 150, 151, 160, 169, 171, 172, 175, 180, 186. Enkele plaatsen in het Hs. van Valladolid opgenomen, doch daarin later nog geschrapt, komen voor opname in dl. VII eveneens in aanmerking. Vgl. blz. 120, 157, 159, 161, 162 en 187. Voor Het Kasteel der Ziel biedt de tekst veel minder moeilijkheid. Er is slechts één Hs., in het bezit der Carmelitessen te Sevilla. Deze tekst is zeer goed bewaard en, behalve in vele andere zeer goede uitgaven, in de bovengenoemde Spaansche Uitgave der Werken van de Heilige te Burgos met de uiterste nauwkeurigheid weergegeven. Maar we bezitten van dien tekst ook een autografische uitgave, door Zijne Eminentie Kardinaal Lluch, Ord. Carm, Primaat van Spanje en Aartsbisschop van Sevilla, mogelijk gemaakt en bekostigd. Onze vertaling werd geregeld met het eigen Hs. der Heilige vergeleken. In één punt hebben we ons een afwijking van het Hs. van Sevilla veroorloofd. Hierin komen boven de [XVI] Hoofdstukken niet de opschriften voor, welke in onze uitgave daarboven zijn geplaatst. Het is echter wel zoo goed als zeker, dat deze door de Heilige zelve zijn geschreven in een Inhoudsopgave, welke aan het boek werd toegevoegd, doch later verloren ging. Hetzelfde deed de Heilige met hare andere werken van grooteren omvang. De opschriften zijn ook geheel op dezelfde wijze gesteld, als de Heilige die stelde in hare andere werken. Eindelijk zijn ze in de oudste afschriften en drukken steeds opgenomen als van de Heilige zelve. Op grond van de overlevering meenden we dan ook het recht te hebben, deze evenals in de andere groote werken boven de onderscheiden Hoofdstukken aan te brengen. Wij zullen er echter telkens opmerkzaam op maken, dat deze opschriften door ons ontleend zijn aan een lijst, door de Heilige naar alle waarschijnlijkheid na beëindiging van het werk vervaardigd, maar niet meer in het oorspronkelijke bewaard. Van de verbeteringen door Pater Hieronymus Gratianus, Ord. Carm., Pater Yanguas, O. P. en Mag. Luiz de Leon, Ord. S. Aug. aangebracht en hun bemerkingen maken we telkens melding, omdat het ons voorkomt, dat de Heilige deze bemerkingen niet buiten beschouwing wenscht te zien gelaten. Op de eerste bladzijde schreef eindelijk Pater Mag. Luiz de Leon ook een korte verklaring over waarde en strekking van dit boek en op het einde schreef Pater Rodrigo Alvarez, S.J. eigenhandig een verklaring in dienzelfden geest. Wij hebben deze beide toevoegingen weggelaten, doch nemen die alsnog op in dl. VII onder de enkele daar op te nemen geschriften en verklaringen over de Heilige. Daar zij den tekst als zoodanig niet bepalen of omschrijven, geen toevoegingen of verbeteringen daarvan zijn, eindelijk thans niet meer noodzakelijk mogen worden genoemd om Het Kasteel der Ziel voor rechtzinnig en aanbevelenswaardig te doen houden, achten wij dl. VII daarvoor juister plaats dan dit dl. III.

Wij geven hier de beide parelen der Teresiaansche mystiek zoo zuiver mogelijk en zonder aanhang van veel noten en verklaringen, teksten en documenten, opdat de indruk van den hoofdtekst niet verzwakt worde door de aandacht, welke vele zeker belangwekkende noten voor zich zouden opeischen.

Moge deze parelen niet worden weggeworpen, maar een sieraad vormen, dat binnenleidt in het Kasteel der eigen Ziel.



  1. Introduction in: Werken der H. Teresia. Uit het Spaansch vertaald door Dr. Titus Brandsma, Dr. Eugenius Driessen, Dr. Hubertus Driessen en Dr. Athanasius van Rijswijck, van de Orde der Broeders van Onze Lieve Vrouw van den Berg Carmel. Vol III: De weg der volmaaktheid ; Het kasteel der ziel. Vertaald door Dr. Athanasius v. Rijswijck en Dr. Titus Brandsma. Bussum/Hilversum 1926, XI-XVI.

© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2020