Pater van Keulen

1941

Solemn speech

 


Pater van Keulen

[1]


Zijn naam klinkt sinds jaren als een program.

Wie zijn naam hoort, denkt aan het Apostolaat der Hereeniging. Hij is er sinds de oprichting de ziel van.

Al waren er in den beginne verschillende centra van opgewekt leven, toen de leiders hiervan elkander gevonden hadden, de tegenstellingen waren overbrugd, werd hij de leider van de beweging, waarin onder zijn ‘patriarchale’ leiding de tegenstellingen spoedig verdwenen om te groeien tot het nu reeds zoo uitgebreide, over heel Nederland verspreide ‘Apostolaat der Hereeniging’.

Maar wij zouden Pater van Keulen onrecht doen, indien wij op den dag van zijn gouden Professiefeest als Redemptorist alleen aandacht zouden vragen voor dit Apostolaat, dat eerst in de laatste twintig jaren van zijn leven en werken als Redemptorist geleidelijk zulk een groote plaats in zijn hart en in zijn werk heeft veroverd.

Vijftig jaar Redemptorist, is hij eerst en vooral de waardige onvermoeide navolger geweest van den grooten Stichter van de Congregatie van den Allerheiligsten Verlosser, de zoon van den H. Alphonsus en heeft hij over heel ons land zijn metalen stem doen klinken in honderden missiën, retraites en andere geestelijke oefeningen. Hij was onder de ‘volksmissionarissen’ een der meest gewaardeerden, een der altijd bereiden, onvermoeiden. En dan zwijg ik nog van de bedieningen, welke hij in dienst der Congregatie stil en verborgen binnenshuis vervulde met de meest lofwaardige nauwgezetheid.

Juist omdat hij als missie-prediker, als man van de daad in het Apostolaat zulk een eervollen naam had, droeg de Provinciaal der Redemptoristen hem, toen Mgr. Sceptycki uit Polen de hulp van Nederland en meer in het bijzonder van de Paters Redemptoristen in Nederland inriep, aan Pater van Keulen, toen te Amsterdam, op, te beproeven, dien eerbiedwaardigen Oosterschen metropoliet te helpen.

Die aanwijzing waarborgde, dat er iets zou worden gedaan. De oprichting van de Broederschap van de Rutheensche Missie was de eerste stap.

Het was allereerst een gebedsverbond, waarbij een bescheiden contributie ook tot eenige geldelijke hulp in staat stelde.

De vrienden van de Benedictijnen der Hereeniging in en rond Schootenhof, te Breda, te Nijmegen, te 's-Gravenhage, die de sympathie voor het Hereenigingswerk meer tot studie en het wekken van belangstelling dreef, sloten zich al spoedig bij het [91] werk van Pater van Keulen aan en de fusie heeft het gelukkig resultaat gehad, dat nu al jaren niet slechts een machtig gebeden-verbond van tienduizenden priesters, kloosterlingen en leeken dagelijks Gods genade over de afgescheiden Christenen afsmeekt, niet slechts op breede schaal belangstelling voor het Apostolaat der Hereeniging is gewekt door Congressen, Studiedagen, de instelling van een leerstoel te Nijmegen, de viering van Oostersche Liturgieën, de uitgave van “Mededeelingen”, congres-verslagen, boeken en brochures, maar ook jaarlijks een steeds grooter bedrag, het laatste jaar rond 50.000 gulden, voor dit Apostolaat kon worden samengebracht, een som, die de Katholieken van Nederland een eereplaats doet innemen onder de weldoeners van dit heerlijk Apostolaat, dat zoo de bijzondere aandacht en liefde der laatste Pausen heeft.

Het kan ons dan ook niet verwonderen, dat de Bisschoppen van Nederland, de H. Congregatie voor Oostersche Aangelegenheden en Z.H. de Paus zelf met klimmende bewondering van dit werk in Nederland kennis hebben genomen en ondubbelzinnig hun waardeering daarvoor hebben uitgesproken. [92]

Het is voor Pater van Keulen, die dit alles onder zijn leiding heeft zien groeien, een groote voldoening geweest, eenige jaren geleden eerst te Parijs bij de viering van het tachtigjarig bestaan van ‘l'Oeuvre d'Orient’, later te Rome bij het daar gehouden Congres van het Apostolaat der Hereeniging, niet slechts het Nederlandsche Apostolaat der Hereeniging te hebben mogen vertegenwoordigen, maar ook te hebben mogen ervaren, hoe hooge waardeering Z. H. de Paus, tal van Kardinalen, Oostersche en Westersche Bisschoppen en Ordensoversten hadden voor de Nederlandsche groep, waarvan hij sinds de oprichting de steeds meer gevierde leider was.

Thans viert “Ie vénérable Patriarche”, zooals de Grieksche metropoliet van Athene Mgr. Chalavazis begonnen is onzen Voorzitter te noemen en wij hem gaarne nazeggen, zijn gouden Professiefeest.

Reeds een paar maal de laatste jaren scheen de dood hem vóór dezen jubeldag uit ons midden te willen weghalen. Ook dien storm heeft hij getrotseerd.

Hij slaat nog in ons midden als onze Voorzitter.

Wij hebben hem nog. [93]

Wij mogen deze gelegenheid niet laten voorbijgaan zonder daarover onze vreugde tot uiting te brengen.

Wij vieren feest.

Een feest van dankbare hulde aan den onvermoeiden werker, nog als een jongen man vervuld van geestdrift voor dit prachtige Apostolaat, zoo heerlijk opgebloeid onder zijn vaderlijke, maar altijd krachtige leiding.

Een feest van liefde en belangstelling voor de afgescheidenen, die in het hart van den Jubilaris een steeds grooter plaats veroverden en voor wie door zijn woord en werk het hart van tienduizenden in den lande is opengegaan.

Een feest van gebed en offer, dat ingezet zal worden op 29 September door een H. Mis, door den Jubilaris opgedragen, en besloten op 30 September d.a.v. door de viering van een plechtige Oostersche Liturgie op den Berg ‘Nebo’ om te verzinnebeelden, dat Oost en West zich vereenigen om Gods zegen af te smeeken over het Apostolaat der Hereeniging en zijn Voorzitter Pater van Keulen.


Nijmegen, 15 Augustus 1941.
Prof. Dr. Titus Brandsma, O. Carm.



  1. Solemn speech, 15 August 1941. Published in: Mededeelingen van het Apostolaat der Hereeniging, October 1941, p. 90-93.


© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2021