Schouwing

1938

Encyclopedic entry


Schouwing (mystiek)

1938[1]


Schouwing, (mystiek). Hieronder wordt de kennis verstaan, welke de mensch van God kan ontvangen, zoo dat hij Gods bijzijn ervaart en in zijn verstand een bovennatuurlijke kennis van God ingestort ontvangt. In de orde der visioenen is de schouwing noch een visioen van de zintuigen noch van de verbeelding, doch uitsluitend van het verstand. Ruusbroec spreekt dan ook van ‘ongebeelde’ kennis. Het is een licht, dat God voor de ziel doet opgaan[2] als een voorsmaak van de Godsaanschouwing des Hemels. Men meent, dat enkele Heiligen als de H. Maagd, de H. Paulus hier op aarde reeds voorbijgaand de hemelsche aanschouwing deelachtig werden en neemt dit te gereeder aan, omdat in de menschelijke natuur voor de Almacht Gods de geschiktheid tot deze s. gezien wordt. Sommigen strekken dit voorrecht tot vele heiligen en mystieken uit, terwijl anderen huiverig zijn, dit aan te nemen. Zij geven toe, dat deze ‘ongebeelde’ kennis een kennen is, waarvoor de verbeelding geen beeld, de taal geen woorden heeft, maar nemen toch een verstandelijk kenbeeld aan, door God in het verstand gevormd. Hierdoor doet God Zichzelven kennen en kan men in dien zin spreken van ‘onmiddellijke’ Godskennis, zonder dat dit beteekent, dat bij die kennis geen bemiddeling is van een kenbeeld. De termen ‘middellijk’ en ‘onmiddellijk’ verliezen daarbij hun gewone beteekenis en waar aldus van ‘onmiddellijke’ Godskennis wordt gesproken, is dit niet in den vollen stikten zin te verstaan, welke deze gelijk zou stellen met de visio beatifica of Godschouwing in den Hemel.

Brandsma



  1. Published in: De Katholieke Encyclopaedie, Vol. XXI., c. 366. The NCI preserves the typescript.
  2. The typescript reads: ‘opengaan’.


© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2019