To Father Prior etc – 28 May 1942

Cleves, 28 May 1942

Letter to Father Prior etc.

 


Gefängnis Kleve
eing. 5 Juni 1942


Kleve, 28 Mei 1942[1]


Beste Pater Prior, enz.

U zal begin Mei wel hebben uitgezien naar een brief uit Amersfoort, omdat ik daar 1 Mei weer mocht schrijven, maar een paar dagen daarvoor 28 April werd ik opeens weer naar Scheveningen teruggebracht. Daar schrijft men om de 3 weken, maar men moet er minstens 3 weken zijn om te mogen schrijven. Vóór die termijn verstreken was, werd ik 16 Mei weer op weg naar Dachau gebracht.

Gelukkig ging dat niet ineens door en zijn we voorloopig in de gevangenis te Kleef om vandaar in groepen naar verschillende bestemmingen in Duitschland te worden getransporteerd. Men blijft hier altijd een of twee of meer weken. Elke week gaan er veertig weg.

Ofschoon men gewoonlijk eerst van de plaats van bestemming mag schrijven, kreeg ik verlof, van hier te schrijven, omdat het zoo lang geleden is en ook nog niet vaststaat, wanneer ik verder ga.

In Den Haag ben ik over enkele brieven nader gehoord. Ook heb ik bij mijn vertrek uit Amersfoort een mededeeling ontvangen, dat ik in Schutzhaft word gehouden om mijn deutschfeindliche Einstellung en omdat te vreezen is, dat ik mijn vrijheid tegen Duitschland zal misbruiken.

Verwijzing naar Dachau beteekent wel, dat ik word vastgehouden tot het einde van den oorlog. Dachau bij München is een kamp met verschillende filialen. In welke afdeeling ik kom hoort U later wel, als men tenminste bij dit vonnis blijft.

De Provinciaal zou kunnen probeeren, het veranderd te krijgen in een verplaatsing naar een Duitsch klooster (Mainz, Weenen, Bamberg, Straubing), desnoods met zeer sterke beperking van de vrijheid en verlof tot werkzaamheid, verplichting, in de stad, desnoods in het klooster te blijven, zich geregeld te melden, geen correspondentie met Nederland te voeren enz.

Pastoor Bulters uit Den Haag is indertijd ook vrijgelaten onder voorwaarde van verplaatsing naar Venray. Het beste lijkt mij, dit te bespreken in Den Haag, Hoofdbureau van de Duitsche Sicherheitsdienst, Binnenhof 7, met den Heer Hardegen, Zimmer 137. Deze heeft mij geregeld verhoord. Hij vertelde mij, dat Mr. Brandsma van Zwolle daar ook voor mij was geweest en hij hem mijn groote handkoffer meegegeven had. Anders heeft hij ook wel niet veel losgekregen, komt mij voor, maar ik ben hem niettemin zeer dankbaar voor zijn moeite. Hij zou ook nu kunnen gaan ter bespreking alleen of met den Provinciaal of diens gemachtigde. Dit laatste lijkt mij niet kwaad, maar ik laat het graag aan U over.

In Amersfoort ben ik van de ruim zes weken zoowat vijf min of meer ziek geweest. Providentieel. Een vrij lichte dysenterie. Toch verzwakte me die voortdurende diarrhée wel. Toen die beter was, had mijn maag het te kwaad en had ik nog al last van maagkramp. Geleidelijk is ook dat weer overgegaan. Nu ben ik weer gezond. Mijn kwaal de urine-infectie, ofschoon geheel onverzorgd, plaagt me zoo goed als niet. In al die vier maanden heb ik er drie keer en dan nog slechts geringe stoornis en pijn van beleefd. Het gaat me eigenlijk naar de omstandigheden wonderbaar goed. Ik heb een voortdurenden eetlust als ik nog nooit in mijn leven gekend heb.

Een groot voorrecht is het geweest, dat ik 17 mei weer de H. Mis heb kunnen bijwonen en 1ste of 2de Pinksterdag tevens de H. Communie heb kunnen ontvangen na ruim vier maanden.

Het pak, dat U per expresse naar Scheveningen stuurde, heb ik 16 Mei bij mijn vertrek van daar gelukkig nog ontvangen. Ik wanhoopte reeds aan de ontvangst. Hartelijk dank voor alles. Er zat alles in wat ik gevraagd had, maar als U soms meer stuurde of er een brief bij zond, dan heb ik die niet ontvangen. Ik zag er anders wel naar uit en hoor graag weer eens wat.

Ik heb hier brevier, missaaltje en rozenkrans mogen houden. Hoe dit in Dachau zal zijn? Wel hoor ik, dat er Zondags H. Mis is. Ik hoop er eventueel collega Regout, Pastoor Galema en verschillende andere geestelijken te treffen.

Wilt U de Proff. Hoogveld, v. Ginneken, Bellon en Sassen persoonlijk bezoeken <1v> en danken voor hun vervanging van mij. Condoleer den eersten met den dood van Scintilla. Het zal voor de familie een troost zijn te weten, dat de dood na zoo innige voorbereiding en zoo heerlijke gesteltenis en onder betuiging van de warmste liefde voor de nabestaanden werd tegemoet gezien.

’t Is goed, dat U de Derde Orde heeft genomen. Vele groeten aan allen. Het is zoo veel beter, U moet Directeur blijven.

Ook de andere vervangingen uitstekend. Groeten en dank aan Mevr. Span.

Zeg aan Hubertus dat ik in de eenzaamheid vast besloten heb, allereerst de Teresia-uitgave af te maken.

Vandaag is Trees jarig. Ik ben in de geest op Jongemastate.

Terwijl ik uit Amersfoort ging, kwam er pater Hettema. Hij dacht, dat ik vrij was. Hij was welgemoed en maakt het goed, gelijk ik hoor.

Allen hartelijkste groeten. Bidt voor mij.


in Chr. uw
p. Titus Carm.



  1. Typed letter (NCI Box 26.02.6), 1 paper (2-sided).


© Nederlandse Karmelprovincie

Publicatie: Titus Brandsma Instituut 2020.