Voorwoord – Studiedagen voor het jaar 1934

1934

Foreword

 


Studiedagen voor het jaar 1934 van het Apostolaat der Hereeniging gehouden 24 en 25 Januari te Nijmegen - Voorwoord

[1]


Congres is een te grootsche naam. We noemden de beide dagen door de Studieclub van het Apostolaat der Hereeniging aan een meer wetenschappelijke bespreking van verschillende onderwerpen gewijd, liever meer eenvoudig ‘Studiedagen’. Ze zijn dat geweest. De deelnemers en belangstellende hoorders waren tevreden. Er was hun iets geboden, dat hun kennis van het zoo uitgebreide en moeilijke Hereenigingsvraagstuk had vermeerderd. Niet slechts werden goede inleidingen gehouden, maar een ruime en vruchtbare gedachtenwisseling had dit nog meer toegankelijk gemaakt. De verbinding met de Jaarvergadering van het Hoofdbestuur van het Apostolaat der Hereeniging in Nederland bood de zeer gewaardeerde gelegenheid, de studievrienden van het Apostolaat samen te brengen met de mannen van de actie. De plechtige viering eener Oostersche Liturgie verhoogde in niet geringe mate de stemming en drukte een heel bijzonder stempel op de bijeenkomst, nog versterkt, doordat een zoo eerbiedwaardig bekeerling als Mar Theophilos deze Liturgie vierde en in de groote openbare vergadering een geestdriftig woord sprak over zijn roeping en zijn werk.

Om de uitgebreidheid van het Hereenigingsvraagstuk werd op deze eerste Studiedagen slechts aandacht gevraagd voor één enkelen ritus met de bedoeling, in de volgende jaren telkens een anderen ritus te behandelen en zoo geleidelijk een overzicht te verkrijgen over het zoo gevariëerde rijke leven in de kerken der Afgescheiden Christenen. Op deze eerste studiedagen – aanleiding daartoe was het verblijf van Mar Theophilos in Nederland – werd als thema gekozen de Syro-Malabaarsche ritus en in verband daarmede de geschiedenis en de leer der Christenen aan de Malabarenkust. De studie der inleiders, voor henzelve ten deele een verrassing, ja, een openbaring, zij erkenden dit open, bood aan de deelnemers een schat van wetenswaardigheden, zoo rijk en zoo waardevol, dat allen er prijs op stelden, deze studiën vastgelegd te zien en in druk uitgegeven. Hiermede worden de gehouden lezingen dan ter nadere bestudeering aangeboden. [IV]


De vergaderingen der Studieclub zoowel als de viering der Syro-Malabaarsche liturgie hadden plaats in het Canisius-college der Paters Jezuieten, wien hier voor deze vriendelijke gastvrijheid gaarne oprechte hulde en dank zij gebracht.

De eerste vergadering werd gehouden Woensdag 24 Januari des morgens halfelf. In een Openingswoord drukte de Voorzitter van de Studieclub Prof. Dr. Titus Brandsma, O. Carm. er zijn vreugde over uit, dat na de eerste moeilijke jaren het Apostolaat der Hereeniging zich in een zoo heerlijken bloei in Nederland mag verheugen, dat het niet slechts meer dan 25.000 leden telt, maar nu ook in een groep van vijf en twintig wetenschappelijk gevormde personen een krachtigen steun mag vinden. Het Apostolaat heeft in Nederland zijn groei gehad en die groei bracht onvermijdelijk tegenstellingen. Er waren drie krachtige stroomingen, een, die er een Broederschap in zag in den vorm van een Gebeden-verbond, een tweede, die den nadruk legde op inzameling van gelden om het zoo moeilijke Apostolaat te steunen, terwijl een derde studie en voorlichting eigenlijk den eenigen bestaansgrond der organisatie achtte. Het Apostolaat der Hereeniging heeft alle drie stroomingen ten slotte harmonisch ineen doen vloeien. Wij mogen vrij zeggen, de tegenstellingen zijn weg en deze dag, waarop ten slotte de derde richting in de meest volkomen harmonie in het geheel een waardige plaats vindt, mag een gloriedag voor het Apostolaat heeten. Meer dan 25.000 leden storten dagelijks hun gebed, terwijl nog onlangs 300.000 kinderen in de gebedsactie konden worden opgenomen. De leden storten hun jaarlijksche contributie, die in deze benarde tijden voor allen wel geen gulden meer kan zijn, maar toch na aftrek van de onkosten van Mededeelingen en Propaganda het Hoofdbestuur heden in staat stelt op de Jaarvergadering een groote bedeeling te houden onder de verschillende werken en instituten, welke het Apostolaat der Hereeniging in de onderscheiden landen heeft. Naarmate de beweging groeit, voelt men meer behoefte aan leiding door mannen, voor wie dit moeilijke vraagstuk niet al te vreemd is, die zich willen wijden aan studie der problemen, die eens in het jaar samenkomen om ze onderling te bespreken. De Voorzitter drong er op aan, steeds zoo concreet mogelijk te zijn en sprak er zijn vreugde over uit, dat men op deze eerste studiedagen in de gelukkige omstandigheid verkeerde, dat men het gekozen onderwerp kon behandelen in allernauwst contact met een Bisschop en [V] een priester behoorend tot het volk, welks godsdienstig leven, in afscheiding en hereeniging men wilde leeren kennen. Deze werk­ wijze zullen we ook in de toekomst volgen. Steeds zal het Bestuur zich beijveren, op de studiedagen personen uit te noodigen, die door hun werkzaamheid in het nauwste contact staan met het gekozen onderwerp, terwijl de viering eener Liturgie er steeds mede verbonden zal worden. Rondom dit H. Offer zullen de besprekingen worden gehouden om uit de Bron van Wijsheid en Liefde het juiste inzicht te putten. Tot slot stelde de Voorzitter de besprekingen onder de schutse van de Patrones van het Apostolaat, Maria de Moeder van Altijddurenden Bijstand.

Hierna werd het woord verleend aan Prof. Dr. Desiderius Franses, O.F.M. Hoogleeraar in de Patrologie aan de R.K. Universiteit te Nijmegen, wiens inleiding ‘Geschiedenis van het Christendom aan de Malabarenkust hierachter op blz. 3-17 is afgedrukt.

Na deze inleiding volgde een uitgebreide gedachtenwisseling, waarin de Professor nog gelegenheid had, menig punt nader toe te lichten en zijn onderwerp nog meer te doen spreken.

Deze eerste vergadering was een goed begin.

Des middags vier uur had de tweede vergadering plaats.

Deze was gewijd aan een bespreking van den Syro-Malabaarschen ritus, waarvan den volgenden morgen een viering van de H. Liturgie zou plaats hebben. Spreker was Pater Oscar Huf, S.J. uit het klooster der Paters Jezuïeten te Maastricht, door zijn vele liturgische studiën aangewezen om voor zijn medeleden van de Studieclub dit liturgisch onderwerp te bespreken. Zijn inleiding met bijlagen is hierachter afgedrukt op blz. 18-85. Ook op deze inleiding volgde een nog lang voortgezette gedachtenwisseling, zoodat het bij zevenen was, toen de deelnemers voor een kort souper naar huis gingen om des avonds acht uur weder in de aula van het Canisius-college te zijn ter openbare vergadering. Het was een grootsche avond. Behalve verschillende Paters van het College, geestelijken der stad waren eenige Hoogleeraren, de Senaat der Studenten met den moderator, het Bestuur van de Studenten-missieclub en vele vooraanstaande personen der stad ter vergadering aanwezig.

Had de Algemeene Voorzitter van het Apostolaat der Hereeniging in Nederland ook reeds de twee eerste vergaderingen belang- [VI] stellend bijgewoond, thans waren, met het oog op de Jaarvergadering van het Hoofdbestuur, ook de Secretaris Pastoor Scholten van Nieuw-Heeten en verschillende leden van het Hoofdbestuur ter vergadering gekomen. Het presidium werd nu waargenomen door den algemeenen Voorzitter Pater H. van Keulen, C.ss.R. uit Rotterdam, die in zijn openingswoord er op wees, hoeveel wij Katholieken hebben in te halen na de vele jaren, ja, eeuwen, waarin wij al te weinig aandacht hebben geschonken aan onze afgescheiden Broeders, Christenen, die Christus liefhebben en zoeken en in geloof en kerkgebruiken ons zoo na staan. Door de afscheiding is zooveel verstard, dat weer levend moet worden gemaakt. Vooral wekte hij op tot gebed, opdat God de dwalenden terugvoere tot de H. Moederkerk, zooals Hij in zijn liefde en goedheid Zijne Exc. Mar Theophilos terugvoerde en met hem vele van zijn priesters en zijn volk.

In aansluiting daaraan begon de eerbiedwaardige Bisschop met de verklaring, dat hij zijn terugkeer tot de H. Kerk zonder eenige aarzeling toeschreef aan het aanhoudend en vurig gebed der duizenden leden van het Apostolaat der Hereeniging en hij dankte er de leden voor in de meeste oprechtheid. Vervolgens gaf hij een uitgebreid geschiedkundig overzicht over de ontwikkeling van het geloofsleven onder de Afgescheidenen van Malabar, hoe Anglicanen en Protestant geworden Jacobieten de uitbreiding der Hereeniging hadden belemmerd en tegengehouden. Slechts vijf Bisdommen bleven met Rome vereenigd, de overgroote meerderheid was en bleef Schismatiek, maar zij verloor haar innerlijke kracht en brokkelde steeds verder af, zoodat zijn mede-Bisschop Mar Ivanios een reactie inzette, een kloosterorde stichtte van de Navolging van Christus met het gelukkig gevolg, dat in 1931 hijzelf zoowel als Mar Ivanios met vele priesters en zeer vele geloovigen begrepen te moeten terugkeeren tot de Kerk van Rome en met Gods genade dien stap mochten zetten, zij het met verlies van alles, wat zij voor de uitoefening van den eeredienst bezaten. De Paus bevestigde hen in hun bisschopsambt. Zij begonnen hun eigen kerken en scholen te bouwen. Thans is er een bloeiende hereenigde Kerk, wel arm in aardsch bezit maar rijk in een vurig geloofsleven. Nog waren er aanvragen van 55 priesters en 200 parochiën om hereeniging, maar de middelen ontbreken om hen aan te nemen. Onontbeerlijk is daarvoor het bezit van een eigen begraafplaats, het middelpunt van het godsdienstig leven. Hij [VII] vertrouwde echter, met de hulp van de vele vrienden van het Apostolaat, gelijk hij tot nu toe geholpen was, ook in de toekomst geholpen te zullen worden en beloofde zich en allen, die hem wilden steunen een heerlijke uitbreiding van de Kerk onder de afgescheidenen van de Malabarenkust.

Father Dr. Ahaus, van het Missiehuis der Fathers van Mill­Hill te Tilburg bracht de woorden van Mar Theophilos, die in het Engelsch sprak en daarom niet door allen werd verstaan, in het Nederlandsch over en voegde er bij, dat hij nimmer ideëeler Missionaris zag en hij dan ook dezen venerabelen kleurling aan ons Westerlingen ten voorbeeld stelde.

De Secretaris van de Studieclub Pater Drs. J. Roos, Professor aan het Theologicum der Paters Augustijnen te Nijmegen, dankte ten slotte in de Engelsche taal den Bisschop en zijn tolk voor de woorden tot de vergadering gericht.


Donderdagmorgen kwart over negen was de groote kapel van het Canisiuscollege geheel gevuld. Geassisteerd door zijn Secretaris Dr. Mathew Varikayil en de Paters Oscar Huf, S.J. en Prof. Dr. Titus Brandsma, O.Carm. droeg Zijne Hoogw. Exc. Mar Theophilos het H. Misoffer op volgens den Syro-Malabaarschen ritus, indrukwekkend en verheven.

Vervolgens had in Hotel Bellevue, Spoorstraat 1, de Jaarvergadering plaats van het Hoofdbestuur.

Des middags om drie uur volgde dan de slotvergadering der Studiedagen. Het aantal belangstellenden was deze middag door de aanwezigheid van vele leden van het Hoofdbestuur bijzonder groot. Spreker was Pater Drs. J. Roos, O.E.S.A., wiens inleiding handelde over de Christologie der Jacobieten. Deze inleiding is hierachter opgenomen op blz. 86-99. Ook na deze inleiding volgde een geanimeerde en verhelderende gedachtenwisseling, slechts noode door het vertrek der te halen treinen af gebroken.

Prof. Brandsma bracht ten slotte dank aan alle sprekers, maar niet minder aan degenen, die in gedachtenwisseling traden, omdat zij er veel toe bijdroegen, dat deze Studie-dagen zoo waarlijk geslaagd mogen heeten. In de gedachtenwisseling ligt de kracht van deze bijeenkomsten, natuurlijk wanneer degenen, die de inleidingen houden, zoo diepe studie van hun onderwerp maken, dat zij met de beantwoording van de vele vragen een kostbare, echt levende aanvulling kunnen geven na het eerst in lezing [VIII] gegevene, zooals we op deze Studiedagen in zoo hooge, ja, verrassende mate mochten ervaren. Hij kon tot zijn voldoening mededeelen, dat het Hoofdbestuur in de vergadering van dezen morgen, uit oprechte waardeering van het werk der studieclub, zijn goedkeuring had gehecht aan het voorstel van den Algemeenen Voorzitter, de drie gehouden lezingen in druk te geven. Hiermede is dan het verheugend resultaat van deze Studiedagen vastgelegd, doch – hij meende dit uitdrukkelijk te moeten verklaren – niet geheel, omdat daarbij de rijke en leerzame gedachtenwisseling moest worden gemist. Hij hoopte, een volgend jaar de noodige maatregelen te nemen om ook deze gedachtenwisseling vast te leggen als een zeer zeker allen deelnemers welkome aanvulling van het gesprokene.

Nog deelde de Voorzitter mede, dat in aansluiting aan de besprekingen na de inleiding van Pater Oscar Huf, S.J. besloten was tot de uitgave van een Oostersch-liturgisch Eucharistisch kerkboek, een bloemlezing uit de Oostersche Liturgieën, waarvan de lezing van Pater Huf zoo menig staaltje had gebracht. De hoofdleiding voor deze uitgave zou berusten bij Pater Huf , terwijl deze als medewerkers had gevonden Pater Dr. Borromaeus, O.M.Cap., Prof. Dr. Titus Brandsma, O.Carm., Prof. Dr. Desiderius Franses, O.F.M. en Dr. Th. Heyman, O.Praem. Hij hoopte, dat dit gebedenboek nog in den loop van 1934 zou kunnen worden samengesteld. In 1935 zou dan tot uitgave kunnen worden overgegaan.

Nadat ten slotte de gewone aanroepingen van het Apostolaat der Hereeniging Gods zegen over het werk van het Apostolaat en zeer in het bijzonder over het werk der Studieclub hadden afgebeden, sloot de Voorzitter deze welgeslaagde eerste Studiedagen.

Nijmegen, 25 Januari 1934.
Titus Brandsma, O.Carm.



  1. Published in: Mededeelingen van het Apostolaat der Hereeniging, Febr 1934, p. III-VIII.


© Nederlandse Provincie Karmelieten.

Published: Titus Brandsma Instituut 2021